De Radboud Docenten Academie (RDA) heeft drie reguliere opleidingstrajecten: de minor/module, de eenjarige master en de tweejarige master. Volg je de minor of module, dan groei je uit tot tweedegraads docent in het voortgezet onderwijs. Volg je één van de masteropleidingen, dan kun je straks als eerstegraads vo-docent aan de slag.
Tijdens je stage maak je veel vlieguren in de praktijk: werkplekleren noemen we dat. Omdat de RDA bij Nest hoort, zorgt Nest Nijmegen voor een programma dat je ontwikkeling versterkt.
Klik op de fase waarin jij je bevindt en ontdek welk ontwikkelprogramma er voor je klaarligt. Tijdens je stage krijg je begeleiding van de instituutsopleider van RDA, en van de schoolopleider en werkplekbegeleider op je stageschool.
In dit nest mag je altijd nieuwsgierig blijven
Je ontwikkelprogramma is met veel aandacht ontworpen. We hebben precies de keuzes gemaakt die jou helpen groeien tijdens je stage en daarna. Zodat je door je opleiding vliegt en je plek vindt in het onderwijs. Zoom even uit, ontdek de basis onder onze programma’s en haal het meeste uit jezelf en je begeleiding.
Jouw ontwikkeltraject tijdens je stage bij RDA
RDA Educatieve minor en module
Via de educatieve minor of de educatieve module haal je een beperkte tweedegraads bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs, tijdens het derde jaar van je bachelor of daarna. Daarmee kun je lesgeven op het vmbo en in de onderbouw van havo en vwo. Je volgt de minor of module via de Radboud Docenten Academie (RDA), in een voltijd- of deeltijdvariant. Tijdens de voltijdvariant loop je een semester lang drie dagen per week stage.
Het semester is verdeeld in twee stageperiodes op dezelfde school: stage A en stage B. In stage A ligt de focus op oriëntatie op het beroep van docent en de basistechnieken van het lesgeven. Na ongeveer twee weken start je met het geven van (deel)lessen. Tijdens stage B ligt de nadruk op het verwerven van je startbekwaamheid als docent.
Kennismakingsgesprek
Een vliegende start
Ruim voor de start van je stage ontvang je via de Radboud Docenten Academie de gegevens van je stageschool. Vervolgens neem je zelf contact op met de werkplekbegeleider of de schoolopleider om een kennismakingsgesprek te plannen. Doe dit zo snel mogelijk, zodat je voldoende tijd overhoudt voor het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Tijdens het kennismakingsgesprek ontmoet je jouw begeleider(s) en ontdek je hoe er op school wordt gewerkt. Daarnaast krijg je meer informatie over praktische zaken en maak je de eerste concrete afspraken. Zorg ervoor dat deze onderwerpen sowieso aan bod komen.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het kennismakingsgesprek denk je na over wie jij bent en wat je verwachtingen zijn qua begeleiding. Dat doe je door het invullen van de vragenlijst Kennismakingsgesprek. Zo help je jouw begeleiders om hun aanpak zo goed mogelijk op jou af te stemmen. Goed om te weten: jouw antwoorden zijn niet goed of fout en er is genoeg ruimte om het beeld op een later moment aan te passen. Heb je de lijst ingevuld? Deel deze dan voor het kennismakingsgesprek met je werkplekbegeleider en de schoolopleider.
Start van de stage
Oriënteren en ontdekken
Je stage begint met een oriëntatiefase van twee of drie weken. Volg je de educatieve module in deeltijd? Dan duurt de oriëntatiefase zo’n vier tot zes weken. Tot aan het startgesprek oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en nieuwsgierig op. Je beantwoordt vragen als:
- Wat is de visie van de school?
- Hoe zit de organisatie in elkaar?
- Hoe ziet de leerlingpopulatie eruit?
- Hoe werken collega’s samen?
- Wat valt je op aan deze school?
- Wat heb je gezien waarvan je nu denkt: dat past wel of niet bij mij?
Activiteiten
Om de vragen hierboven te beantwoorden, onderneem je verschillende activiteiten. Alles wat je ziet en doet, gebruik je als input voor het startgesprek. Overleg op tijd met je werkplekbegeleider wat mogelijk is en neem vooral zelf initiatief. Voorbeelden van activiteiten:
- Een dag meelopen met een klas.
- Een dag meelopen met een docent.
- Een dag meelopen met iemand van het onderwijsondersteunend personeel.
- Het PTA en/of het team-, zorg- en schoolplan bestuderen.
- Met medestudenten van je opleiding overleggen.
- Een gesprek voeren met een collega.
- De website van de school bekijken.
- Vergaderingen bijwonen.
Tip: ben je al vóór het startgesprek toe aan een volgende stap? Start dan bijvoorbeeld met het begeleiden van leerlingen tijdens zelfstandig werken en het voorbereiden en/of geven van (deel)lessen.
Startgesprek
Jouw vliegroute uitzetten
Je maakt zelf een afspraak voor het startgesprek: een gesprek met je werkplekbegeleider, de instituutsopleider van de RDA en/of de schoolopleider, in de tweede of derde week van stage A. Het doel? Beelden uitwisselen over de leerroute en jouw persoonlijke leerdoelen en leeractiviteiten hierop afstemmen. Het startgesprek duurt ongeveer 45 minuten. In die tijd doorloop je vijf verschillende fases en geef je een presentatie. Jij neemt de leiding in het gesprek en jouw begeleiders stellen verhelderende en verdiepende vragen.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het startgesprek blik je terug op de opbrengsten uit het kennismakingsgesprek en de oriëntatiefase en vul je de vragenlijst Startgesprek in. Daarna maak je een presentatie van vijf tot tien minuten die bestaat uit de volgende onderdelen:
- Een beeld van jou als persoon.
- Wie ben jij?
- Wat zijn jouw kernkwaliteiten?
- Wat zijn jouw valkuilen?
- Jouw blik op het beroep van docent.
- Wat zijn volgens jou de taken van een docent?
- Waarom wil jij docent worden?
- Wat voor type docent wil jij worden?
- De opbrengsten van de oriëntatiefase.
- Wat heb je gezien wat je nieuwsgierig maakt?
- Is je blik op het docentschap hierdoor veranderd?
- Waar wil je je nog meer in verdiepen?
- Jouw persoonlijke leerdoelen.
- Welke leerdoelen heb je op de korte en lange termijn?
- Welke stappen ga je daarvoor zetten?
- Welke hulp heb je daarbij nodig?
Vervolg
Na het startgesprek schrijf je een kort gespreksverslag dat je in je stagedossier plaatst als onderliggende bron. Hierin geef je aan:
- wat je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken er zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke persoonlijke leerdoelen je gaat werken op korte en lange termijn, gekoppeld aan de opleidingsdoelen.
Vervolgens werk je een eerste versie van je ontwikkelplan uit, waarmee je de weken erna aan de slag gaat tijdens je stage. Tijdens de cursus ‘Persoonlijke en professionele ontwikkeling’ op de RDA werk je ook aan je ontwikkelplan en aan het formuleren van leerdoelen. In coachgesprekken met je werkplekbegeleider bespreek je je groei. Samen stellen jullie je leerdoelen bij en bepaal je nieuwe.
Begeleiding
We vliegen samen op
Tijdens je stage sta je er nooit alleen voor. Een vaste gesprekkencyclus vormt de rode draad in je begeleiding. Tijdens het startgesprek en de eindbeoordeling bespreek je met je werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider jouw ontwikkeling. Daarnaast heb je individuele coachmomenten met je werkplekbegeleider. En natuurlijk staan ook je andere collega’s voor je klaar om je vooruit te helpen.
Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider (wpb). Die maakt je wegwijs in de school en ondersteunt je bij het behalen van je persoonlijke leerdoelen. Elke week bespreken jullie jouw ontwikkeling in een individueel coachgesprek. Dat gesprek gaat over wat jij wil leren, hoe je wil leren en waar het leren gaat plaatsvinden, op basis van de vier fasen van het procesmodel. Daarnaast stimuleert je werkplekbegeleider jouw onderzoekende houding door kritische vragen te stellen over je beroepsproducten.
Schoolopleider
Algemene vragen over je stage of vragen waarmee je niet bij je werkplekbegeleider terechtkunt, stel je aan de schoolopleider. Die coördineert het werkplekleren op je stageschool en is medeverantwoordelijk voor kwaliteit en begeleiding. De schoolopleider komt op lesbezoek, sluit aan bij evaluatiemomenten binnen de gesprekkencyclus en treedt op als tweede beoordelaar van jouw stage.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is samen met de schoolopleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werkplekleren en de begeleiding die daarbij hoort. Het is een docent van de RDA bij wie je tijdens je stage terechtkunt met vragen die te maken hebben met je opleiding. De instituutsopleider komt op lesbezoek, is betrokken bij je stageplan en sluit aan bij evaluatiemomenten binnen de gesprekkencyclus.
Handige hulpmiddelen
Wind onder je vleugels
Om bewust te werken aan je leerdoelen maak je gebruik van hulpmiddelen: opdrachten, modellen en methodes die je ontwikkeling ondersteunen en vormgeven. Hieronder vind je een aantal voorbeelden die je samen met je werkplekbegeleider kan inzetten tijdens het werkplekleren:
Opleidingsdoel Ontwerpen, begeleiden en evalueren (vakdidactisch specialist)
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar)
- Lessen voorbereiden en evalueren
- Een doelsysteem van een docent
Opleidingsdoel Contact maken en leiden (pedagoog)
- Correctieladder
- Orde houden
- Leerlingacteurs (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
- Vragenlijst Interactief Leraarsgedrag (VIL) (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
Opleidingsdoel Functioneren en bijdragen (professional)
- De schoolvisie en ik
- Jouw kernkwaliteiten in beeld
- Krachtgerichte reflectie
(Dit bestand staat nog in een oud format, maar kun je gewoon gebruiken.) - Reflectieformat (Ook hiervan komt het nieuwe format binnenkort online. Gebruik zolang dit oude format. Inhoudelijk zijn er geen verschillen.)
- Visiediamant
- Visiegesprek
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
Lesbezoeken
Feedback oppikken
Tijdens je stage bezoeken naast je werkplekbegeleider ook de schoolopleider en de instituutsopleider een les. Dit zijn géén beoordelingsmomenten, maar kansen om feedback te krijgen op je leerdoelen. Je neemt zelf actief contact op met je opleiders om deze momenten te organiseren. De richtlijnen voor de planning zijn als volgt:
- De schoolopleider bezoekt een les tijdens stage A en B.
- De instituutsopleider bezoekt een les tijdens stage B.
Voorbereiding
Je bent zelf verantwoordelijk voor het organiseren van lesbezoeken. Plan samen met je opleiders een les én een moment voor een nagesprek van 45 tot 60 minuten. Het nagesprek voer je in principe met minimaal drie personen: jijzelf, je opleider en je werkplekbegeleider.
Uiterlijk drie werkdagen voor het lesbezoek stuur jij je lesvoorbereiding (FOEO A t/m C) naar je opleider en je werkplekbegeleider. Daarnaast geef je aan wat jouw huidige leerdoelen zijn en waar de observanten volgens jou het beste op kunnen letten.
Vervolg
Na het nagesprek verwerk je je inzichten in dit exit-ticket. Het doel? Reflecteren op jezelf en terugblikken op het gesprek. Het ingevulde exit-ticket voeg je toe aan je digitale stagedossier. Op basis van je nieuwe inzichten pas je je huidige leerdoelen aan en stel je nieuwe leerdoelen op voor je ontwikkelplan. Dit exit-ticket staat nog in een oud format, maar kun je gewoon gebruiken.
Digitaal stagedossier
Jouw vliegroute in beeld
Tijdens het werkplekleren leg je een digitaal stagedossier in Portflow aan, als middel om je ontwikkeling zichtbaar te maken en te evalueren. In het stagedossier verzamel je verschillende bronnen, waaronder een ontwikkelplan per fase van je stage. Het bijhouden ervan is een verplicht onderdeel van de opleiding. Je dossier moet compleet zijn vóór je uiteindelijke stagebeoordeling in Osiris komt te staan.
Ontwikkelplan
Je ontwikkelplan is een apart onderdeel van je stagedossier waarin je jouw persoonlijke leervragen en leerdoelen beschrijft. Op basis daarvan ontwerp je een passende leerroute met bijbehorende leeractiviteiten, waarbij je ook het procesmodel en je beroepsproducten betrekt. Daarnaast verzamel je actief en gericht feedback op jouw ontwikkelproces, die je als onderliggende bron opneemt. Tot slot reflecteer je zelf op je handelen om tot nieuwe leerdoelen en leervragen te komen.
Doorlopend proces
Jouw leerdoelen veranderen continu op basis van je persoonlijke ontwikkeling. Daarom stel je tijdens het werkplekleren meerdere ontwikkelplannen op en zijn er vaste momenten voor herzieningen.
Na elk herzieningsmoment vraag je gerichte feedback aan je begeleiders via Portflow, die je vervolgens verwerkt. Zorg dus dat je werkplekbegeleider, schoolopleider en instituutsopleider toegang hebben tot je stagedossier.
Beoordelingsmomenten
Tijd om door te vliegen
Tijdens het werkplekleren zijn er twee beoordelingsmomenten: aan het einde van stage A en aan het einde van stage B. In een presentatie voor je werkplekbegeleider en de schoolopleider laat je via concrete bewijzen zien hoe je gewerkt hebt aan de leerdoelen uit je ontwikkelplan. Na jouw presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen. De beoordelingsmomenten duren ieder ongeveer 45 minuten, waarvan je 10 tot 15 minuten invult met jouw presentatie. Jij plant de momenten zelf in, ruim op tijd en in overleg met je begeleiders. Alle deadlines staan in de stagewijzer. Je begeleider vindt de stagewijzer terug onder de belangrijke documenten op deze pagina van de opleiding.
Voorbereiding
Je bereidt je voor op de beoordelingsmomenten door je ontwikkeling in beeld te brengen, vanaf de start van je stage tot dan toe. Per beoordeling kies je drie tot vijf cruciale leermomenten uit de afgelopen periode. Dat kunnen momenten zijn waarop je nog iets te leren had óf waarbij je je kwaliteiten maximaal kon inzetten. Aan de hand van deze leermomenten laat je zien hoe je je ontwikkeld hebt en hoe je jouw toekomstige ontwikkeling ziet, in relatie tot de opleidingsdoelen. Geef ook aan welke rol de beroepsproducten spelen, hebben gespeeld of gaan spelen.
Het terugblikken op je ontwikkeling tot nu toe geeft je houvast om te kijken naar de toekomst. En om na te denken over jouw professionele identiteit: wie wil jij zijn als docent? Daar is geen vast format voor: jouw ontwikkeling is uniek en alleen van jou. Je kiest dan ook zelf op welke manier jij dit proces in beeld brengt, maar bij voorkeur digitaal.
Als extra voorbereiding kun je zelf het beoordelingsformulier invullen, over jezelf. Het is interessant om jouw blik op een later moment te vergelijken met de bevindingen van jouw begeleiders. In gesprek kun je de verschillen bekijken en beelden bij de beoordelingscriteria uitwisselen.
Beoordeling
Twee weken voor het beoordelingsmoment ontvangt jouw werkplekbegeleider een e-mail met informatie over de procedure en vult die het beoordelingsformulier in. Dat formulier is voor je begeleider te vinden onder de belangrijke documenten op deze pagina. Na jouw presentatie en het daaropvolgende gesprek vullen de beoordelaars het formulier samen aan en bepalen zij of je voldoet aan het vereiste niveau.
Je werkplekbegeleider uploadt de beoordeling vervolgens in Osiris, waarna de schoolopleider een controle uitvoert. Tot slot checkt de instituutsopleider van de RDA of het beoordelingsformulier technisch goed is ingevuld en of de inhoud aansluit bij het beeld uit je stagedossier, dat je uiterlijk een week na de beoordeling van stage B inlevert. Is dat het geval en voldoe je aan het vereiste niveau, dan heb je je stage met succes afgerond.
Vervolg
Na het beoordelingsmoment aan het einde van stage A, schrijf je een kort verslag dat je in je stagedossier plaatst. Hierin geef je aan:
- welke inzichten je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke beoordelingscriteria en persoonlijke leerdoelen je gaat werken.
Dit verslag plaats je samen met je presentatie in je stagedossier als onderliggende bron. Vervolgens start je een nieuw ontwikkelplan op basis van je nieuwe en/of aangescherpte leerdoelen.
Evaluatie werkplekleren
Jouw stem in het nest
Wij vinden het belangrijk om ons werkplekcurriculum systematisch te verbeteren. En jouw mening telt! Aan het einde van je stage ontvang je een geanonimiseerde vragenlijst. Ook nodigt je schoolopleider je uit voor een centraal evaluatiemoment. Tijdens deze bijeenkomst krijg je de ruimte om de vragenlijst in te vullen en een gesprek aan te gaan. Natuurlijk hoef je niet te wachten tot deze bijeenkomst. Als je jouw feedback eerder wil delen, neem je contact op met jouw werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Eerder gestopt?
Ook als je vroegtijdig stopt met je stage, volgt een afsluitend gesprek met je werkplekbegeleider, schoolopleider en/of instituutsopleider. In dit gesprek kun je feedback geven op het werkplekleren.
RDA Eenjarige educatieve master
De eenjarige educatieve master van de Radboud Docenten Academie (RDA) is een post-master, die je volgt na het halen van je vakmaster. In één jaar word je opgeleid tot docent voor het mbo, vo of volwassenenonderwijs met een eerstegraads lesbevoegdheid. Het eerste semester doorloop je twee begeleide stages en het half jaar erna twee zelfstandige stages.
Kennismakingsgesprek
Een vliegende start
Ruim voor de start van je stage ontvang je via de Radboud Docenten Academie de gegevens van je stageschool. Vervolgens neem je zelf contact op met de werkplekbegeleider of de schoolopleider om een kennismakingsgesprek te plannen. Doe dit zo snel mogelijk, zodat je voldoende tijd overhoudt voor het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Tijdens het kennismakingsgesprek ontmoet je jouw begeleider(s) en ontdek je hoe er op school wordt gewerkt. Daarnaast krijg je meer informatie over praktische zaken en maak je de eerste concrete afspraken. Zorg ervoor dat deze onderwerpen sowieso aan bod komen.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het kennismakingsgesprek denk je na over wie jij bent en wat je verwachtingen zijn qua begeleiding. Dat doe je door het invullen van de vragenlijst Kennismakingsgesprek. Zo help je jouw begeleiders om hun aanpak zo goed mogelijk op jou af te stemmen. Goed om te weten: jouw antwoorden zijn niet goed of fout en er is genoeg ruimte om het beeld op een later moment aan te passen. Heb je de lijst ingevuld? Deel deze dan voor het kennismakingsgesprek met je werkplekbegeleider en de schoolopleider.
Start van de stage
Oriënteren en ontdekken
Je stage begint met een oriëntatiefase van twee of drie weken. Tot aan het startgesprek oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en nieuwsgierig op. Je beantwoordt vragen als:
- Wat is de visie van de school?
- Hoe zit de organisatie in elkaar?
- Hoe ziet de leerlingpopulatie eruit?
- Hoe werken collega’s samen?
- Wat valt je op aan deze school?
- Wat heb je gezien waarvan je nu denkt: dat past wel of niet bij mij?
Activiteiten
Om de vragen hierboven te beantwoorden, onderneem je verschillende activiteiten. Alles wat je ziet en doet, gebruik je als input voor het startgesprek. Overleg op tijd met je werkplekbegeleider wat mogelijk is en neem vooral zelf initiatief. Voorbeelden van activiteiten:
- Een dag meelopen met een klas.
- Een dag meelopen met een docent.
- Een dag meelopen met iemand van het onderwijsondersteunend personeel.
- Het PTA en/of het team-, zorg- en schoolplan bestuderen.
- Met medestudenten van je opleiding overleggen.
- Een gesprek voeren met een collega.
- De website van de school bekijken.
- Vergaderingen bijwonen.
Startgesprek
Jouw vliegroute uitzetten
Je maakt zelf een afspraak voor het startgesprek: een gesprek met je werkplekbegeleider, de instituutsopleider van de RDA en/of de schoolopleider, in de tweede of derde week van je eerste begeleide stage. Het doel? Beelden uitwisselen over de leerroute en jouw persoonlijke leerdoelen en leeractiviteiten hierop afstemmen. Het startgesprek duurt ongeveer 45 minuten. In die tijd doorloop je vijf verschillende fases en geef je een presentatie. Jij neemt de leiding in het gesprek en jouw begeleiders stellen verhelderende en verdiepende vragen. Als je je zelfstandige stage start op een nieuwe school, voer je opnieuw een startgesprek.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het startgesprek blik je terug op de opbrengsten uit het kennismakingsgesprek en de oriëntatiefase en vul je de vragenlijst Startgesprek in. Daarna maak je een presentatie van vijf tot tien minuten die bestaat uit de volgende onderdelen:
- Een beeld van jou als persoon.
- Wie ben jij?
- Wat zijn jouw kernkwaliteiten?
- Wat zijn jouw valkuilen?
- Jouw blik op het beroep van docent.
- Wat zijn volgens jou de taken van een docent?
- Waarom wil jij docent worden?
- Wat voor type docent wil jij worden?
- De opbrengsten van de oriëntatiefase.
- Wat heb je gezien wat je nieuwsgierig maakt?
- Is je blik op het docentschap hierdoor veranderd?
- Waar wil je je nog meer in verdiepen?
- Jouw persoonlijke leerdoelen.
- Welke leerdoelen heb je op de korte en lange termijn?
- Welke stappen ga je daarvoor zetten?
- Welke hulp heb je daarbij nodig?
Vervolg
Na het startgesprek schrijf je een kort gespreksverslag dat je in je stagedossier plaatst als onderliggende bron. Hierin geef je aan:
- wat je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken er zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke persoonlijke leerdoelen je gaat werken op korte en lange termijn, gekoppeld aan de opleidingsdoelen.
Vervolgens werk je een eerste versie van je ontwikkelplan uit, waarmee je de weken erna aan de slag gaat tijdens je stage. In coachgesprekken met je werkplekbegeleider bespreek je je groei. Samen stellen jullie je leerdoelen bij en bepaal je nieuwe.
Begeleiding
We vliegen samen op
Tijdens je stage sta je er nooit alleen voor. Een vaste gesprekkencyclus vormt de rode draad in je begeleiding. Tijdens het startgesprek en de eindbeoordeling bespreek je met je werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider jouw ontwikkeling. Daarnaast heb je individuele coachmomenten met je werkplekbegeleider. En natuurlijk staan ook je andere collega’s voor je klaar om je vooruit te helpen.
Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider (wpb). Die maakt je wegwijs in de school en ondersteunt je bij het behalen van je persoonlijke leerdoelen. Elke week bespreken jullie jouw ontwikkeling in een individueel coachgesprek. Dat gesprek gaat over wat jij wil leren, hoe je wil leren en waar het leren gaat plaatsvinden, op basis van de vier fasen van het procesmodel. Daarnaast stimuleert je werkplekbegeleider jouw onderzoekende houding door kritische vragen te stellen over je beroepsproducten.
Schoolopleider
Algemene vragen over je stage of vragen waarmee je niet bij je werkplekbegeleider terechtkunt, stel je aan de schoolopleider. Die coördineert het werkplekleren op je stageschool en is medeverantwoordelijk voor kwaliteit en begeleiding. De schoolopleider komt op lesbezoek, sluit aan bij evaluatiemomenten binnen de gesprekkencyclus en treedt op als tweede beoordelaar van jouw stage.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is samen met de schoolopleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werkplekleren en de begeleiding die daarbij hoort. Het is een docent van de RDA bij wie je tijdens je stage terechtkunt met vragen die te maken hebben met je opleiding. De instituutsopleider komt op lesbezoek, is betrokken bij je stageplan en sluit aan bij evaluatiemomenten binnen de gesprekkencyclus.
Onderzoeksbegeleider
Tijdens je zelfstandige stage krijg je een onderzoeksbegeleider toegewezen op je stageschool, naast je onderzoeksbegeleider vanuit de RDA. Die heeft de rol van critical friend en samen bespreken jullie het tussenproduct en de beroepsproducten van de cursus ‘Onderzoek in de onderwijspraktijk’. Daarnaast maakt je onderzoeksbegeleider jou wegwijs in de school als het gaat om onderzoek doen. Wat is het belang van onderzoeken? Hoe combineer je wetenschap met de lespraktijk? En: wat is jouw rol daarin?
Leraar op loopafstand (LOLA)
Tijdens het begeleide deel van je stage is je werkplekbegeleider of een collega altijd bij je les aanwezig. Het is niet de bedoeling dat je alleen voor de klas staat. Wel zetten we op sommige momenten het principe Leraar op loopafstand (LOLA) in. Dan is er naast jou bewust geen docent in de klas, om te kijken wat dat doet met jou en je leerlingen.
Handige hulpmiddelen
Wind onder je vleugels
Om bewust te werken aan je leerdoelen maak je gebruik van hulpmiddelen: opdrachten, modellen en methodes die je ontwikkeling ondersteunen en vormgeven. Hieronder vind je een aantal voorbeelden die je samen met je werkplekbegeleider kan inzetten tijdens het werkplekleren:
Opleidingsdoel Ontwerpen, begeleiden en evalueren (vakdidactisch specialist)
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar)
- Lessen voorbereiden en evalueren
- Een doelsysteem van een docent
Opleidingsdoel Contact maken en leiden (pedagoog)
- Correctieladder
- Orde houden
- Leerlingacteurs (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
- Vragenlijst Interactief Leraarsgedrag (VIL) (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
Opleidingsdoel Functioneren en bijdragen (professional)
- De schoolvisie en ik
- Jouw kernkwaliteiten in beeld
- Krachtgerichte reflectie
(Dit bestand staat nog in een oud format, maar kun je gewoon gebruiken.) - Reflectieformat (Ook hiervan komt het nieuwe format binnenkort online. Gebruik zolang dit oude format. Inhoudelijk zijn er geen verschillen.)
- Visiediamant
- Visiegesprek
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
Lesbezoeken
Feedback oppikken
Tijdens je stage bezoeken naast je werkplekbegeleider ook de schoolopleider en de instituutsopleider een les. Dit zijn géén beoordelingsmomenten, maar kansen om feedback te krijgen op je leerdoelen. Je neemt zelf actief contact op met je opleiders om deze momenten te organiseren. De richtlijnen voor de planning zijn als volgt:
- De schoolopleider bezoekt een les tijdens je begeleide en je zelfstandige stage.
- De instituutsopleider van de RDA bezoekt een les tijdens je begeleide stage.
Voorbereiding
Je bent zelf verantwoordelijk voor het organiseren van lesbezoeken. Plan samen met je opleiders een les én een moment voor een nagesprek van 45 tot 60 minuten. Het nagesprek voer je in principe met minimaal drie personen: jijzelf, je opleider en je werkplekbegeleider.
Uiterlijk drie werkdagen voor het lesbezoek stuur jij je lesvoorbereiding (FOEO A t/m C) naar je opleider en je werkplekbegeleider. Daarnaast geef je aan wat jouw huidige leerdoelen zijn en waar de observanten volgens jou het beste op kunnen letten.
Vervolg
Na het nagesprek verwerk je je inzichten in dit exit-ticket. Het doel? Reflecteren op jezelf en terugblikken op het gesprek. Het ingevulde exit-ticket voeg je toe aan je digitale stagedossier. Op basis van je nieuwe inzichten pas je je huidige leerdoelen aan en stel je nieuwe leerdoelen op voor je ontwikkelplan. Dit exit-ticket staat nog in een oud format, maar kun je gewoon gebruiken.
Digitaal stagedossier
Jouw vliegroute in beeld
Tijdens het werkplekleren leg je een digitaal stagedossier in Portflow aan, als middel om je ontwikkeling zichtbaar te maken en te evalueren. In het stagedossier verzamel je verschillende bronnen, waaronder een ontwikkelplan per fase van je stage. Het bijhouden ervan is een verplicht onderdeel van de opleiding. Je dossier moet compleet zijn vóór je uiteindelijke stagebeoordeling in Osiris komt te staan.
Ontwikkelplan
Je ontwikkelplan is een apart onderdeel van je stagedossier waarin je jouw persoonlijke leervragen en leerdoelen beschrijft. Op basis daarvan ontwerp je een passende leerroute met bijbehorende leeractiviteiten, waarbij je ook het procesmodel en je beroepsproducten betrekt. Daarnaast verzamel je actief en gericht feedback op jouw ontwikkelproces, die je als onderliggende bron opneemt. Tot slot reflecteer je zelf op je handelen om tot nieuwe leerdoelen en leervragen te komen.
Doorlopend proces
Jouw leerdoelen veranderen continu op basis van je persoonlijke ontwikkeling. Daarom stel je tijdens het werkplekleren meerdere ontwikkelplannen op en zijn er vaste momenten voor herzieningen.
Na elk herzieningsmoment vraag je gerichte feedback aan je begeleiders via Portflow, die je vervolgens verwerkt. Zorg dus dat je werkplekbegeleider, schoolopleider en instituutsopleider toegang hebben tot je stagedossier.
Onderzoekend handelen
Vlieguren maken
We vinden het belangrijk dat je als docent onderzoekend handelt, als onderdeel van een brede professionele basis. Dit is deel van de cultuur waarbinnen we leren en lesgeven in Nest. Lees hier meer over die cultuur en over de Vliegwijzer die je daarmee op weg helpt! Tijdens jouw stage leer je jezelf én het beroep van docent van verschillende kanten kennen. Daarbij toon je een nieuwsgierige houding en doe je je best om zoveel mogelijk te weten te komen. Je stelt vragen aan collega’s, begeleiders en andere betrokkenen en grijpt elke kans aan om nieuwe ervaringen op te doen en die te analyseren. Hoe meer je meemaakt, hoe beter je ontdekt wat bij je past. Daarnaast doe je tijdens je zelfstandige stage praktijkgericht onderzoek op je stageschool, als onderdeel van de cursus ‘Onderzoek in de onderwijspraktijk’.
Onderzoek in de onderwijspraktijk
Voordat jouw praktijkgerichte onderzoek op je stageschool begint, start op de RDA de cursus ‘Onderzoek in de onderwijspraktijk’. Afhankelijk van je research community, richt je je op één van : vakdidacticus, pedagoog of professional. Vervolgens neem je zelf contact op met de onderzoekscoördinator van je stageschool. Samen overleggen jullie over de cursusinhoud, de onderzoeksmogelijkheden en de onderzoeksbegeleiding op je stageschool. Het is slim om aan te sluiten bij een actueel thema op school: dat vergroot het belang en de waarde van de uitkomsten van je onderzoek.
Samen met de onderzoekscoördinator en je werkplekbegeleider stem je een begeleidingstraject af voor je praktijkgerichte onderzoek. Weet je niet wie de onderzoekscoördinator op jouw stageschool is? Neem dan contact op met je schoolopleider of de instituutsopleider van de RDA.
Onderzoeksproces
Tijdens je praktijkgerichte onderzoek werk je aan de drie producten. Die bespreek je tussentijds met je onderzoeksbegeleider op je stageschool, die je feedback geeft. Daarnaast houd je je werkplekbegeleider op de hoogte van de voortgang van je onderzoek.
- Tussenproduct 1: probleemstelling met onderzoeksvraag, waarbij je de onderzoeksbegeleider van je stageschool vraagt om het formulier in de cursushandleiding in te vullen.
- Beroepsproduct 1: onderzoeksopzet voor dataverzameling, inclusief aangescherpte probleemstelling en een eerste opzet voor data-analyse.
- Beroepsproduct 2: poster met pitch tijdens een beoordelingsgesprek op de RDA. De poster geeft informatie over het volledige onderzoek, maar de beoordeling richt zich vooral op de methoden, resultaten en praktische implicaties van het onderzoek.
Afsluiting
Aan het einde van het schooljaar deel je je onderzoek met medestudenten, collega’s en andere geïnteresseerden. Je presenteert je poster zodat de onderzoeksresultaten daadwerkelijk terechtkomen in de onderwijspraktijk. Vraag de onderzoeksbegeleider van je school om feedback op je presentatie, via het formulier uit de cursushandleiding. Deze feedback gebruik je als voorbereiding op het beoordelingsgesprek op de RDA, en je docent op de RDA neemt deze mee in de eindbeoordeling van beroepsproduct 2.
Beoordelingsmomenten
Tijd om door te vliegen
Tijdens het werkplekleren zijn er meerdere beoordelingsmomenten: aan het einde van begeleide stage 1, begeleide stage 2, zelfstandige stage 1 en zelfstandige stage 2. In een presentatie voor je werkplekbegeleider en de schoolopleider laat je via concrete bewijzen zien hoe je gewerkt hebt aan de leerdoelen uit je ontwikkelplan. Na jouw presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen. De beoordelingsmomenten duren ieder ongeveer 45 minuten, waarvan je 10 tot 15 minuten invult met jouw presentatie. Jij plant de momenten zelf in, ruim op tijd en in overleg met je begeleiders. Alle deadlines staan in de stagewijzer. Je begeleider vindt de stagewijzer terug onder de belangrijke documenten op deze pagina van de opleiding.
Voorbereiding
Je bereidt je voor op de beoordelingsmomenten door je ontwikkeling in beeld te brengen, vanaf de start van je stage tot dan toe. Per beoordeling kies je drie tot vijf cruciale leermomenten uit de afgelopen periode. Dat kunnen momenten zijn waarop je nog iets te leren had óf waarbij je je kwaliteiten maximaal kon inzetten. Aan de hand van deze leermomenten laat je zien hoe je je ontwikkeld hebt en hoe je jouw toekomstige ontwikkeling ziet, in relatie tot de opleidingsdoelen. Geef ook aan welke rol de beroepsproducten spelen, hebben gespeeld of gaan spelen.
Het terugblikken op je ontwikkeling tot nu toe geeft je houvast om te kijken naar de toekomst. En om na te denken over jouw professionele identiteit: wie wil jij zijn als docent? Daar is geen vast format voor: jouw ontwikkeling is uniek en alleen van jou. Je kiest dan ook zelf op welke manier jij dit proces in beeld brengt, maar bij voorkeur digitaal.
Als extra voorbereiding kun je zelf het beoordelingsformulier invullen, over jezelf. Het is interessant om jouw blik op een later moment te vergelijken met de bevindingen van jouw begeleiders. In gesprek kun je de verschillen bekijken en beelden bij de beoordelingscriteria uitwisselen.
Beoordeling
Twee weken voor het beoordelingsmoment ontvangt jouw werkplekbegeleider een e-mail met informatie over de procedure en vult die het beoordelingsformulier in. Dat formulier is voor je begeleider te vinden onder de belangrijke documenten op deze pagina. Na jouw presentatie en het daaropvolgende gesprek vullen de beoordelaars het formulier samen aan en bepalen zij of je voldoet aan het vereiste niveau.
Je werkplekbegeleider uploadt de beoordeling vervolgens in Osiris, waarna de schoolopleider een controle uitvoert. Tot slot checkt de instituutsopleider van de RDA of het beoordelingsformulier technisch goed is ingevuld en of de inhoud aansluit bij het beeld uit je stagedossier. Is dat het geval en voldoe je aan het vereiste niveau, dan heb je je stage met succes afgerond.
Vervolg
Na de eerste drie beoordelingsmomenten schrijf je een kort verslag dat je in je stagedossier plaatst. Hierin geef je aan:
- welke inzichten je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke beoordelingscriteria en persoonlijke leerdoelen je gaat werken.
Dit verslag plaats je samen met je presentatie in je stagedossier als onderliggende bron. Vervolgens start je een nieuw ontwikkelplan op basis van je nieuwe en/of aangescherpte leerdoelen.
Evaluatie werkplekleren
Jouw stem in het nest
Wij vinden het belangrijk om ons werkplekcurriculum systematisch te verbeteren. En jouw mening telt! Aan het einde van je stage ontvang je een geanonimiseerde vragenlijst. Ook nodigt je schoolopleider je uit voor een centraal evaluatiemoment. Tijdens deze bijeenkomst krijg je de ruimte om de vragenlijst in te vullen en een gesprek aan te gaan. Natuurlijk hoef je niet te wachten tot deze bijeenkomst. Als je jouw feedback eerder wil delen, neem je contact op met jouw werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Eerder gestopt?
Ook als je vroegtijdig stopt met je stage, volgt een afsluitend gesprek met je werkplekbegeleider, schoolopleider en/of instituutsopleider. In dit gesprek kun je feedback geven op het werkplekleren.
RDA Tweejarige educatieve master
Tijdens de tweejarige educatieve master van de Radboud Docenten Academie (RDA) combineer je het masterjaar van je eigen faculteit met een opleiding tot docent met een eerstegraads lesbevoegdheid. In het eerste jaar doorloop je twee begeleide stages en in het tweede jaar twee zelfstandige stages, bij voorkeur op dezelfde vo-school. Iedere stageperiode duurt ongeveer vijf maanden.
Kennismakingsgesprek
Een vliegende start
Ruim voor de start van je stage ontvang je via de Radboud Docenten Academie de gegevens van je stageschool. Vervolgens neem je zelf contact op met de werkplekbegeleider of de schoolopleider om een kennismakingsgesprek te plannen. Doe dit zo snel mogelijk, zodat je voldoende tijd overhoudt voor het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Tijdens het kennismakingsgesprek ontmoet je jouw begeleider(s) en ontdek je hoe er op school wordt gewerkt. Daarnaast krijg je meer informatie over praktische zaken en maak je de eerste concrete afspraken. Zorg ervoor dat deze onderwerpen sowieso aan bod komen.
- Start je in september? Plan het kennismakingsgesprek in juni of juli.
- Start je in februari? Plan het kennismakingsgesprek in december of januari.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het kennismakingsgesprek denk je na over wie jij bent en wat je verwachtingen zijn qua begeleiding. Dat doe je door het invullen van de vragenlijst Kennismakingsgesprek. Zo help je jouw begeleiders om hun aanpak zo goed mogelijk op jou af te stemmen. Goed om te weten: jouw antwoorden zijn niet goed of fout en er is genoeg ruimte om het beeld op een later moment aan te passen. Heb je de lijst ingevuld? Deel deze dan voor het kennismakingsgesprek met je werkplekbegeleider en de schoolopleider.
Start van de stage
Oriënteren en ontdekken
Je stage begint met een oriëntatiefase van twee of drie weken. Tot aan het startgesprek oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en nieuwsgierig op. Je beantwoordt vragen als:
- Wat is de visie van de school?
- Hoe zit de organisatie in elkaar?
- Hoe ziet de leerlingpopulatie eruit?
- Hoe werken collega’s samen?
- Wat valt je op aan deze school?
- Wat heb je gezien waarvan je nu denkt: dat past wel of niet bij mij?
In principe loop je twee jaar stage op dezelfde school. Stap je toch over? Dan start je op je nieuwe stageschool opnieuw met een (iets minder uitgebreide) oriëntatiefase.
Activiteiten
Om de vragen hierboven te beantwoorden, onderneem je verschillende activiteiten. Alles wat je ziet en doet, gebruik je als input voor het startgesprek. Overleg op tijd met je werkplekbegeleider wat mogelijk is en neem vooral zelf initiatief. Voorbeelden van activiteiten:
- Een dag meelopen met een klas.
- Een dag meelopen met een docent.
- Een dag meelopen met iemand van het onderwijsondersteunend personeel.
- Het PTA en/of het team-, zorg- en schoolplan bestuderen.
- Met medestudenten van je opleiding overleggen.
- Een gesprek voeren met een collega.
- De website van de school bekijken.
- Vergaderingen bijwonen.
Startgesprek
Jouw vliegroute uitzetten
Je maakt zelf een afspraak voor het startgesprek: een gesprek met je werkplekbegeleider, de instituutsopleider van de RDA en/of de schoolopleider, in de tweede of derde week van je eerste begeleide stage. Het doel? Beelden uitwisselen over de leerroute en jouw persoonlijke leerdoelen en leeractiviteiten hierop afstemmen. Het startgesprek duurt ongeveer 45 minuten. In die tijd doorloop je vijf verschillende fases en geef je een presentatie. Jij neemt de leiding in het gesprek en jouw begeleiders stellen verhelderende en verdiepende vragen. Als je je zelfstandige stage start op een nieuwe school, voer je opnieuw een startgesprek.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het startgesprek blik je terug op de opbrengsten uit het kennismakingsgesprek en de oriëntatiefase en vul je de vragenlijst Startgesprek in. Daarna maak je een presentatie van vijf tot tien minuten die bestaat uit de volgende onderdelen:
- Een beeld van jou als persoon.
- Wie ben jij?
- Wat zijn jouw kernkwaliteiten?
- Wat zijn jouw valkuilen?
- Jouw blik op het beroep van docent.
- Wat zijn volgens jou de taken van een docent?
- Waarom wil jij docent worden?
- Wat voor type docent wil jij worden?
- De opbrengsten van de oriëntatiefase.
- Wat heb je gezien wat je nieuwsgierig maakt?
- Is je blik op het docentschap hierdoor veranderd?
- Waar wil je je nog meer in verdiepen?
- Jouw persoonlijke leerdoelen.
- Welke leerdoelen heb je op de korte en lange termijn?
- Welke stappen ga je daarvoor zetten?
- Welke hulp heb je daarbij nodig?
Vervolg
Na het startgesprek schrijf je een kort verslag dat je in je stagedossier plaatst als onderliggende bron. Hierin geef je aan:
- wat je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken er zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke persoonlijke leerdoelen je gaat werken op korte en lange termijn, gekoppeld aan de opleidingsdoelen.
Vervolgens werk je een eerste versie van je ontwikkelplan uit, waarmee je de weken erna aan de slag gaat tijdens je stage. In coachgesprekken met je werkplekbegeleider bespreek je je groei. Samen stellen jullie je leerdoelen bij en bepaal je nieuwe.
Begeleiding
We vliegen samen op
Tijdens je stages sta je er nooit alleen voor. Een vaste gesprekkencyclus vormt de rode draad in je begeleiding. Tijdens het startgesprek en de eindbeoordeling bespreek je met je werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider jouw ontwikkeling. Daarnaast heb je een stand-van-zakengesprek en individuele coachmomenten met je werkplekbegeleider. En natuurlijk staan ook je andere collega’s voor je klaar om je vooruit te helpen.
Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider (wpb). Die maakt je wegwijs in de school en ondersteunt je bij het behalen van je persoonlijke leerdoelen. Elke week bespreken jullie jouw ontwikkeling in een individueel coachgesprek. Dat gesprek gaat over wat jij wil leren, hoe je wil leren en waar het leren gaat plaatsvinden, op basis van de vier fasen van het procesmodel. Daarnaast stimuleert je werkplekbegeleider jouw onderzoekende houding door kritische vragen te stellen over je beroepsproducten.
Schoolopleider
Algemene vragen over je stage of vragen waarmee je niet bij je werkplekbegeleider terechtkunt, stel je aan de schoolopleider. Die coördineert het werkplekleren op je stageschool en is medeverantwoordelijk voor kwaliteit en begeleiding. De schoolopleider komt op lesbezoek, is aanwezig bij formele evaluatiemomenten en treedt op als tweede beoordelaar van jouw stage.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is samen met de schoolopleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werkplekleren en de begeleiding die daarbij hoort. Het is een docent van de RDA bij wie je tijdens je stage terechtkunt met vragen die te maken hebben met je opleiding. De instituutsopleider komt op lesbezoek, is betrokken bij je stageplan en sluit aan bij evaluatiemomenten binnen de gesprekkencyclus.
Onderzoekscoördinator
De onderzoekscoördinator op je stageschool wijst jou de weg als het gaat om onderzoek doen op school en jouw rol daarin. Bijvoorbeeld tijdens je onderzoek voor de cursus ‘Wetenschap in de educatieve praktijk’ en het schrijven van je masterscriptie. Hier lees je meer over onder het kopje ‘Onderzoekend handelen’.
Leraar op loopafstand (LOLA)
Tijdens het begeleide deel van je stage is je werkplekbegeleider of een collega altijd bij je les aanwezig. Het is niet de bedoeling dat je alleen voor de klas staat. Wel zetten we op sommige momenten het principe Leraar op loopafstand (LOLA) in. Dan is er naast jou bewust geen docent in de klas, om te kijken wat dat doet met jou en je leerlingen.
Handige hulpmiddelen
Wind onder je vleugels
Om bewust te werken aan je leerdoelen maak je gebruik van hulpmiddelen: opdrachten, modellen en methodes die je ontwikkeling ondersteunen en vormgeven. Hieronder vind je een aantal voorbeelden die je samen met je werkplekbegeleider kan inzetten tijdens het werkplekleren:
Opleidingsdoel Ontwerpen, begeleiden en evalueren (vakdidactisch specialist)
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar)
- Lessen voorbereiden en evalueren
- Een doelsysteem van een docent
Opleidingsdoel Contact maken en leiden (pedagoog)
- Correctieladder
- Orde houden
- Leerlingacteurs (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
- Vragenlijst Interactief Leraarsgedrag (VIL) (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
Opleidingsdoel Functioneren en bijdragen (professional)
- De schoolvisie en ik
- Jouw kernkwaliteiten in beeld
- Krachtgerichte reflectie
(Dit bestand staat nog in een oud format, maar kun je gewoon gebruiken.) - Reflectieformat (Ook hiervan komt het nieuwe format binnenkort online. Gebruik zolang dit oude format. Inhoudelijk zijn er geen verschillen.)
- Visiediamant
- Visiegesprek
- Lesogenblikken (Dit document komt binnenkort beschikbaar.)
Lesbezoeken
Feedback oppikken
Tijdens je stage bezoeken naast je werkplekbegeleider ook de schoolopleider en de instituutsopleider een les. Dit zijn géén beoordelingsmomenten, maar kansen om feedback te krijgen op je leerdoelen. Je neemt zelf actief contact op met je opleiders om deze momenten te organiseren. De richtlijnen voor de planning zijn als volgt:
- De schoolopleider bezoekt een les tijdens je begeleide en je zelfstandige stage.
- De instituutsopleider van de RDA bezoekt een les tijdens je begeleide stage.
Voorbereiding
Je bent zelf verantwoordelijk voor het organiseren van lesbezoeken. Plan samen met je opleiders een les én een moment voor een nagesprek van 45 tot 60 minuten. Het nagesprek voer je in principe met minimaal drie personen: jijzelf, je opleider en je werkplekbegeleider.
Uiterlijk drie werkdagen voor het lesbezoek stuur jij je lesvoorbereiding (FOEO A t/m C) naar je opleider en je werkplekbegeleider. Daarnaast geef je aan wat jouw huidige leerdoelen zijn en waar de observanten volgens jou het beste op kunnen letten.
Vervolg
Na het nagesprek verwerk je je inzichten in dit exit-ticket. Het doel? Reflecteren op jezelf en terugblikken op het gesprek. Het ingevulde exit-ticket voeg je toe aan je digitale stagedossier. Op basis van je nieuwe inzichten pas je je huidige leerdoelen aan en stel je nieuwe leerdoelen op voor je ontwikkelplan. Dit exit-ticket staat nog in een oud format, maar kun je gewoon gebruiken.
Digitaal stagedossier
Jouw vliegroute in beeld
Tijdens het werkplekleren leg je een digitaal stagedossier in Portflow aan, als middel om je ontwikkeling zichtbaar te maken en te evalueren. In het stagedossier verzamel je verschillende bronnen, waaronder een ontwikkelplan per fase van je stage. Het bijhouden ervan is een verplicht onderdeel van de opleiding. Je dossier moet compleet zijn vóór je uiteindelijke stagebeoordeling in Osiris komt te staan.
Ontwikkelplan
Je ontwikkelplan is een apart onderdeel van je stagedossier waarin je jouw persoonlijke leervragen en leerdoelen beschrijft. Op basis daarvan ontwerp je een passende leerroute met bijbehorende leeractiviteiten, waarbij je ook het procesmodel en je beroepsproducten betrekt. Daarnaast verzamel je actief en gericht feedback op jouw ontwikkelproces, die je als onderliggende bron opneemt. Tot slot reflecteer je zelf op je handelen om tot nieuwe leerdoelen en leervragen te komen.
Doorlopend proces
Jouw leerdoelen veranderen continu op basis van je persoonlijke ontwikkeling. Daarom stel je tijdens het werkplekleren meerdere ontwikkelplannen op en zijn er vaste momenten voor herzieningen.
Na elk herzieningsmoment vraag je gerichte feedback aan je begeleiders via Portflow, die je vervolgens verwerkt. Zorg dus dat je werkplekbegeleider, schoolopleider en instituutsopleider toegang hebben tot je stagedossier.
Onderzoekend handelen
Vlieguren maken
We vinden het belangrijk dat je als docent onderzoekend handelt, als onderdeel van een brede professionele basis. Dit is deel van de cultuur waarbinnen we leren en lesgeven in Nest. Lees hier meer over die cultuur en over de Vliegwijzer die je daarmee op weg helpt! Tijdens jouw stage leer je jezelf én het beroep van docent van verschillende kanten kennen. Daarbij toon je een nieuwsgierige houding en doe je je best om zoveel mogelijk te weten te komen. Je stelt vragen aan collega’s, begeleiders en andere betrokkenen en grijpt elke kans aan om nieuwe ervaringen op te doen en die te analyseren. Hoe meer je meemaakt, hoe beter je ontdekt wat bij je past. Daarnaast kun je de cursus ‘Wetenschap in de educatieve praktijk’ koppelen aan je eigen stageschool en werk je aan je masterscriptie.
Wetenschap in de educatieve praktijk
Afhankelijk van je traject volg je tijdens begeleide stage 2 de cursus ‘Wetenschap in de educatieve praktijk’ op de RDA. Daarin dagen we je uit om actuele wetenschappelijke inzichten te vertalen naar een zelfgekozen educatieve onderwijspraktijk. Het is praktisch, slim en leuk om deze opdracht te koppelen aan je stageschool. Overleg met de onderzoekscoördinator op je stageschool over eventuele onderwerpen en over de mogelijkheid om aan het einde van de cursus jouw kennis te delen met collega’s.
Masterscriptie
Tijdens het zelfstandige deel van de tweejarige master werk je aan je masterscriptie. Die geeft inzicht in de relatie tussen wetenschappelijk vakinhoudelijk onderzoek en vakdidactiek en/of de educatieve praktijk. Het doel is een bijdrage leveren aan de wetenschappelijke discussie over onderwijs van het eigen vakgebied. Je scriptie heeft een educatief deel dat je op verschillende manieren kunt invullen. Zo beslis je zelf of (een deel van) je onderzoek op je stageschool plaatsvindt of daarbuiten en hoe groot het praktijkaandeel is.
Start masterscriptie
Je volgt bijeenkomsten op de RDA als voorbereiding op je masterscriptie. Zodra bekend is wie jou gaat begeleiden vanuit het instituut, neem je zelf contact op met de onderzoekscoördinator van je stageschool. Met die overleg je over het plan voor je scriptie en stem je een persoonlijk begeleidingstraject af. Vakdidactische en praktische zaken overleg je met je werkplekbegeleider en collega’s binnen je sectie.
Afronding masterscriptie
Aan het einde van het schooljaar deel je je masterscriptie met medestudenten, collega’s en andere geïnteresseerden. Je geeft een presentatie waarin je het onderzoeksproces en de belangrijkste opbrengsten deelt. Die presentatie wordt niet beoordeeld. Je levert je complete masterscriptie in via Brightspace. Via het opleidingsinstituut ontvang je meer informatie over de beoordeling.
Stand-van-zakengesprek
Terugblikken en vooruitkijken
Halverwege iedere stage plan je zelf een stand-van-zakengesprek met je werkplekbegeleider. Het doel? De balans opmaken van jouw ontwikkeling en bepalen wat je nodig hebt tijdens het tweede deel van je stage. Het gesprek duurt ongeveer 45 minuten en is ontwikkelgericht, dus niet bedoeld als beoordeling. Samen wisselen jullie beelden uit over jouw leerproces, blikken jullie terug en vooruit en evalueren jullie de begeleiding en de school als leeromgeving.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het stand-van-zakengesprek maak je zelf een agenda. Daarop zet je de onderwerpen die je wil bespreken, zoals de manier van begeleiding en je beroepsproducten. Daarnaast vul je vooraf het stagebeoordelingsformulier van de RDA in. Je werkplekbegeleider doet hetzelfde en tijdens het gesprek wisselen jullie je bevindingen uit, op basis van de streefniveaus per opleidingsdoel. Tijdens het stand-van-zakengesprek hoef je die streefniveaus nog niet gehaald te hebben, maar bespreek je wat jij nog te doen hebt. Vervolgens stel je nieuwe persoonlijke leerdoelen op.
Vervolg
Na het stand-van-zakengesprek schrijf je een kort verslag dat je in je stagedossier plaatst als onderliggende bron. Hierin geef je aan:
- welke inzichten je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke opleidingsdoelen en persoonlijke leerdoelen je gaat werken
- welke rol de beroepsproducten daarbij spelen
Beoordelingsmomenten
Tijd om door te vliegen
Tijdens het werkplekleren zijn er meerdere beoordelingsmomenten: aan het einde van begeleide stage 1, begeleide stage 2, zelfstandige stage 1 en zelfstandige stage 2. In een presentatie voor je werkplekbegeleider en de schoolopleider laat je via concrete bewijzen zien hoe je gewerkt hebt aan de leerdoelen uit je ontwikkelplan. Na jouw presentatie stellen je begeleiders verdiepende vragen. De beoordelingsmomenten duren ieder ongeveer 45 minuten, waarvan je 10 tot 15 minuten invult met jouw presentatie. Jij plant de momenten zelf in, ruim op tijd en in overleg met je begeleiders. Alle deadlines staan in de stagewijzer. Je begeleider vindt de stagewijzer terug onder de belangrijke documenten op deze pagina van de opleiding.
Voorbereiding
Je bereidt je voor op de beoordelingsmomenten door je ontwikkeling in beeld te brengen, vanaf de start van je stage tot dan toe. Per beoordeling kies je drie tot vijf cruciale leermomenten uit de afgelopen periode. Dat kunnen momenten zijn waarop je nog iets te leren had óf waarbij je je kwaliteiten maximaal kon inzetten. Aan de hand van deze leermomenten laat je zien hoe je je ontwikkeld hebt en hoe je jouw toekomstige ontwikkeling ziet, in relatie tot de opleidingsdoelen. Geef ook aan welke rol de beroepsproducten spelen, hebben gespeeld of gaan spelen.
Het terugblikken op je ontwikkeling tot nu toe geeft je houvast om te kijken naar de toekomst. En om na te denken over jouw professionele identiteit: wie wil jij zijn als docent? Daar is geen vast format voor: jouw ontwikkeling is uniek en alleen van jou. Je kiest dan ook zelf op welke manier jij dit proces in beeld brengt, maar bij voorkeur digitaal.
Als extra voorbereiding kun je zelf het beoordelingsformulier invullen, over jezelf. Het is interessant om jouw blik op een later moment te vergelijken met de bevindingen van jouw begeleiders. In gesprek kun je de verschillen bekijken en beelden bij de beoordelingscriteria uitwisselen.
Beoordeling
Twee weken voor het beoordelingsmoment ontvangt jouw werkplekbegeleider een e-mail met informatie over de procedure en vult die het beoordelingsformulier in. Dat formulier is voor je begeleider te vinden onder de belangrijke documenten op deze pagina. Na jouw presentatie en het daaropvolgende gesprek vullen de beoordelaars het formulier samen aan en bepalen zij of je voldoet aan het vereiste niveau.
Je werkplekbegeleider uploadt de beoordeling vervolgens in Osiris, waarna de schoolopleider een controle uitvoert. Tot slot checkt de instituutsopleider van de RDA of het beoordelingsformulier technisch goed is ingevuld en of de inhoud aansluit bij het beeld uit je stagedossier. Is dat het geval en voldoe je aan het vereiste niveau, dan heb je je stage met succes afgerond.
Vervolg
Na de eerste drie beoordelingsmomenten schrijf je een kort verslag. Hierin geef je aan:
- welke inzichten je meeneemt uit het gesprek
- welke afspraken zijn gemaakt over de begeleiding
- aan welke beoordelingscriteria en persoonlijke leerdoelen je gaat werken.
Dit verslag plaats je samen met je presentatie in je stagedossier als onderliggende bron. Vervolgens start je een nieuw ontwikkelplan op basis van je nieuwe en/of aangescherpte leerdoelen.
Evaluatie werkplekleren
Jouw stem in het nest
Wij vinden het belangrijk om ons werkplekcurriculum systematisch te verbeteren. En jouw mening telt! Aan het einde van je stage ontvang je een geanonimiseerde vragenlijst. Ook nodigt je schoolopleider je uit voor een centraal evaluatiemoment. Tijdens deze bijeenkomst krijg je de ruimte om de vragenlijst in te vullen en een gesprek aan te gaan. Natuurlijk hoef je niet te wachten tot deze bijeenkomst. Als je jouw feedback eerder wil delen, neem je contact op met jouw werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Eerder gestopt?
Ook als je vroegtijdig stopt met je stage, volgt een afsluitend gesprek met je werkplekbegeleider, schoolopleider en/of instituutsopleider. In dit gesprek kun je feedback geven op het werkplekleren.