Tijdens de vierjarige reguliere bacheloropleiding van HAN Educatie groei je uit tot tweedegraads docent in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs of mbo. Tijdens je stage maak je veel vlieguren in de praktijk: werkplekleren noemen we dat. Omdat HAN een Nest-hogeschool is, zorgt Nest Nijmegen voor een programma dat je ontwikkeling versterkt.
Klik op de fase waarin jij je bevindt en ontdek welk ontwikkelprogramma er voor je klaarligt. Tijdens je stage krijg je begeleiding van de instituutsopleider van de HAN, en van de schoolopleider en werkplekbegeleider op je stageschool.
In dit nest mag je altijd nieuwsgierig blijven
Je ontwikkelprogramma is met veel aandacht ontworpen. We hebben precies de keuzes gemaakt die jou helpen groeien tijdens je stage en daarna. Zodat je door je opleiding vliegt en je plek vindt in het onderwijs. Zoom even uit, ontdek de basis onder onze programma’s en haal het meeste uit jezelf en je begeleiding.
Jouw ontwikkeltraject tijdens je stage bij HAN
- HAN Werkplekleren 1
- HAN Werkplekleren 2 – leerjaar 2
- HAN Werkplekleren 2 – leerjaar 3
- HAN Werkplekleren 3
HAN Werkplekleren 1
Tijdens het eerste jaar van de opleiding oriënteer je je op het beroep van docent. De centrale vraag is: kan en wil ik docent worden? Om deze vraag te beantwoorden doe je ervaring op in de praktijk, tijdens een stage van zestien weken op vrijdag, samen met een medestudent. Daarnaast volg je iedere donderdagochtend een groepsbijeenkomst onderwijskunde op één van onze stagescholen.
Vooraf regelen
Een vliegende start
Voordat je stage start, ontvang je via Praktijkbureau Educatie een stageovereenkomst tussen de HAN en Nest Nijmegen. Hierin staan afspraken over rechten en plichten tijdens je stage, onder andere over werktijden, veilig en verantwoord werken en privacy en gegevensbeheer. Jij accepteert deze afspraken door het ondertekenen en terugsturen van de studentverklaring. Je stageschool kan vragen om een kopie voor de eigen administratie. Zorg daarnaast dat je ruim op tijd al het overige papierwerk geregeld hebt, zoals het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Kennismakingsgesprek
Een zachte landing
Ruim voor de start van je stage ontvang je via Praktijkbureau Educatie de gegevens van je stageschool. Meestal loop je stage met een andere student uit jouw leerjaar. In dat geval nemen jullie samen contact op met de werkplekbegeleider of de schoolopleider om een kennismakingsgesprek te plannen. Tijdens dit gesprek ontmoet je jouw begeleider(s) en ontdek je hoe er op school wordt gewerkt. Daarnaast krijg je meer informatie over praktische zaken en maak je concrete afspraken met je werkplekbegeleider. Zorg ervoor dat deze onderwerpen sowieso aan bod komen.
Voorbereiding
Voor het kennismakingsgesprek bekijk je de website van je stageschool. Daarnaast denk je na over jezelf als student en over je begeleiding. Dat doe je aan de hand van de volgende vragen:
- Hoe wil ik begeleid worden?
- Wat is voor mijn werkplekbegeleider belangrijk om over mij te weten?
- Wat zijn voor mij de drie belangrijkste aandachtspunten tijdens mijn stage?
Start stage
Oriënteren en ontdekken
Je stage begint met een oriëntatiefase van drie weken. Tot aan het startgesprek oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en nieuwsgierig op. Je beantwoordt vragen als:
- Wat is de visie van de school?
- Hoe zit de organisatie in elkaar?
- Hoe ziet de leerlingpopulatie eruit?
- Hoe herken ik de visie van de school in de dagelijkse lespraktijk?
- Hoe werken collega’s (binnen de sectie) samen?
Activiteiten
Om de vragen hierboven te beantwoorden, onderneem je verschillende activiteiten. Alles wat je ziet en doet, gebruik je als input voor het startgesprek. Natuurlijk hoef je tijdens de oriëntatiefase niet meteen alles te doen: later in je stage is er ook nog ruimte. Overleg wel op tijd met je werkplekbegeleider wat mogelijk is en neem vooral zelf initiatief. Voorbeelden vind je in het document Ideeën voor stage-activiteiten.
Bijeenkomsten onderwijskunde
Tegelijk met je stage, starten ook de groepsbijeenkomsten onderwijskunde. Deze vinden iedere donderdagochtend plaats op één van onze stagescholen. Daar krijg je concrete handvatten voor (de start van) je stage, zoals uitleg over eJournal, een voorstel voor een dagplanning en voorbeelden van observatieformulieren. Ook komen er plenair thema’s aan bod die je meteen kunt toepassen in de praktijk, zoals observeren, interviewen en reflecteren.
Startgesprek
Jouw vliegroute uitzetten
In de derde week van je stage maak je zelf een afspraak voor het startgesprek: een gesprek tussen jou, je werkplekbegeleider en de schoolopleider. Het doel? Jouw leerroute bepalen en je persoonlijke leerdoelen en bijbehorende leeractiviteiten afstemmen, passend bij de vijf leeruitkomsten (LUK). Die leeruitkomsten vind je door via deze pagina in te loggen op Insite van de HAN (onder Informatie werkplekleren voor studenten).’ Het startgesprek duurt ongeveer een half uur en begint met een korte terugblik op de eerste drie stageweken. Vervolgens omschrijf je per leeruitkomst zo concreet mogelijk één of twee leerdoelen. Jij neemt de leiding in het gesprek en jouw begeleiders stellen verhelderende en verdiepende vragen.
Voorbereiding
Je bereidt het startgesprek voor door zo concreet mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen:
- Wat zijn mijn kernkwaliteiten?
- Waar werk ik naartoe en wat zijn mijn leerdoelen?
- Welke stappen moet ik zetten om daar te komen?
De antwoorden verwerk je in een presentatie van vijf tot tien minuten. De exacte vorm laten we aan jou over. Als input gebruik je de ervaringen uit je eerste stageweken en het beoordelingsformulier met kijkkader. Ook voor dit formulier log je in op HAN Insite via deze pagina. Hierin staat concreet gedrag dat past bij de verschillende leeruitkomsten. Daarnaast kun je gebruik maken van de volgende bronnen:
- De vragen uit het format startgesprek
- De missie en visie van je stageschool
Vervolg
Voor het startgesprek krijg je geen cijfer. Je plaatst zowel je voorbereiding als een verslag van het gesprek in eJournal. Daarna stuur je een feedbackverzoek voor de pedagogische en de didactische leeruitkomsten naar je werkplekbegeleider en de schoolopleider. Tijdens je stage ga je aan de slag met je leerdoelen en je ontwikkeling bespreek je tijdens evaluatiemomenten. Alle opbrengsten houd je bij in je digitale portfolio.
Inspiratie
Bekijk deze video om een beeld te krijgen van het startgesprek.
Begeleiding
We vliegen samen op
Tijdens je stage sta je er nooit alleen voor. Een vaste gesprekkencyclus vormt de rode draad in je begeleiding. Tijdens het startgesprek, de tussenevaluatie en de eindbeoordeling bespreek je met je werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider jouw ontwikkeling. Daarnaast heb je individuele coachmomenten met je werkplekbegeleider. En natuurlijk staan ook je andere collega’s voor je klaar om je vooruit te helpen.
Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider. Die maakt je wegwijs in de school en zorgt dat jij verkregen inzichten in de praktijk kan toepassen. Je spreekt je werkplekbegeleider minimaal één keer per week tijdens een individueel coachgesprek. Daarin reflecteren jullie op jouw persoonlijke groei, je onderzoekende houding en de ontwikkeling van je professionele identiteit.
Je werkplekbegeleider stimuleert jou om je grenzen te verleggen en je eigen manier van lesgeven te ontwikkelen. Daarvoor krijg je feedup, feedback en feedforward op basis van de leeruitkomsten. Het is niet noodzakelijk dat je werkplekbegeleider hetzelfde vak geeft als jij.
Schoolopleider
Algemene vragen over je stage of vragen waarmee je niet bij je werkplekbegeleider terechtkunt, stel je aan de schoolopleider. Die coördineert het werkplekleren op je stageschool en is medeverantwoordelijk voor kwaliteit en begeleiding. Afhankelijk van de afspraken vertegenwoordigt de schoolopleider ook de HAN. Daarnaast is die aanwezig bij formele evaluatiemomenten en treedt op als tweede beoordelaar.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is samen met de schoolopleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werkplekleren en de begeleiding die daarbij hoort. Het is een docent van de HAN die goed weet welke leeruitkomsten er centraal staan in je opleiding. De instituutsopleider kan aansluiten tijdens formele evaluatiemomenten, zoals de tussenevaluatie en de eindbeoordeling.
Jouw rol
Je bent ook zelf verantwoordelijk voor de manier waarop je begeleid wordt. Je houdt je aan afspraken, verschijnt goed voorbereid op je stage en deelt met je werkplekbegeleider:
- wat je wil uitproberen of wil leren en wat je doel is
- hoe je bepaalt of een doel behaald is
- hoe je feedback wil verzamelen
- bij wie je feedback wil verzamelen
- hoe je feedback verwerkt
Handige hulpmiddelen
Wind onder je vleugels
Om bewust te werken aan je leerdoelen maak je gebruik van begeleidingsinstrumenten: opdrachten, modellen en methodes die je ontwikkeling ondersteunen en vormgeven. Tijdens de bijeenkomsten onderwijskunde delen we deze handige hulpmiddelen met je.
Digitaal portfolio
Jouw vliegroute in beeld
Tijdens het werkplekleren gebruik je digitaal portfolio eJournal als middel om je ontwikkeling zichtbaar te maken. eJournal heeft een vaste structuur met opdrachten, formats en feedback- en beoordelingsformulieren. Daaraan voeg je persoonlijke onderdelen toe. Het bijhouden van je portfolio is een verplicht onderdeel van de opleiding.
eJournal bestaat uit twee delen:
- Ontwikkelingsportfolio: hierin leg je je persoonlijke groei vast, onder andere via wekelijkse zelfreflecties. Dit onderdeel wordt niet beoordeeld.
- Beoordelingsportfolio: hierin staan je feedback- en beoordelingsformulieren. Dit deel lever je uiteindelijk in voor een eindbeslissing over je bekwaamheid als docent.
Jouw rol
Jij nodigt je werkplekbegeleider uit om mee te kijken in eJournal, feedback te geven en onderdelen goed te keuren. Je werkplekbegeleider hoeft daarvoor niet in te loggen op een eigen account, maar vindt alle informatie en praktische uitleg op deze pagina voor stagescholen van de HAN. Spreek daarnaast met je schoolopleider af op welke manier je binnen je stageschool documenten zoals lesvoorbereidingen kunt delen.
Onderzoekend handelen
Vlieguren maken
Tijdens jouw stage leer je jezelf én het beroep van docent van verschillende kanten kennen. Daarbij toon je een nieuwsgierige houding en doe je je best om zoveel mogelijk te weten te komen. Je stelt vragen aan collega’s, begeleiders en andere betrokkenen en grijpt elke kans aan om nieuwe ervaringen op te doen. Hoe meer je meemaakt, hoe beter je ontdekt wat bij je past. Onderzoekend handelen is deel van de cultuur waarbinnen we leren en lesgeven in Nest. Lees hier meer over die cultuur en over de Vliegwijzer die je daarmee op weg helpt!
Tussenevaluatie
Terugblikken en vooruitkijken
Halverwege je stage vindt de tussenevaluatie plaats: een gesprek van ongeveer een half uur. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider, de schoolopleider en de instituutsopleider uit. Het doel? Terugblikken op de afgelopen periode, kijken waar je nu staat en bepalen waar je naartoe wil op basis van de leeruitkomsten. De tussenevaluatie begint met een presentatie die jij hebt voorbereid. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen en bespreken jullie per leeruitkomst wat je nodig hebt voor de tweede helft van je stage.
Voorbereiding
Je bereidt de tussenevaluatie voor door zo concreet mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen:
- Wat heb ik tot nu toe ervaren?
- Wat hebben interventies opgeleverd?
- Waar werk ik naartoe?
- Welke stappen moet ik zetten om daar te komen?
- Wil en kan ik docent worden?
De antwoorden op deze vragen verwerk je in een presentatie van vijf tot tien minuten. De exacte vorm laten we aan jou over. Als input gebruik je jouw leerdoelen uit het startgesprek. Daarnaast reflecteer je op je groei door op het formulier voor de tussenevaluatie jouw ontwikkeling per leeruitkomst in te vullen. Het ingevulde formulier deel je met je begeleiders. Jouw werkplekbegeleider vult vervolgens een eigen deel in en deelt het formulier weer met jou, voordat de tussenevaluatie plaatsvindt. Log voor dit formulier in op HAN Insite. De link naar Insite vind je op deze pagina. Je begeleider vindt alle benodigde informatie hier.
Vervolg
Na het gesprek schrijf je een feedbackverslag waarin je de pedagogische en didactische leeruitkomsten beschrijft. Dit plaats je samen met je voorbereiding in eJournal. Je krijgt geen cijfer voor de tussenevaluatie. Aan het einde van je stage volgt een eindbeoordeling. Op dat moment kijk je terug naar het startgesprek en de tussenevaluatie en evalueer je samen met je begeleiders opnieuw je ontwikkeling.
Eindbeoordeling
Tijd om door te vliegen
Je sluit je stage af met een eindbeoordeling: een gesprek van ongeveer 45 minuten. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider, een onderwijskundige en de schoolopleider en/of de instituutsopleider uit. Het doel? Laten zien hoe je de leeruitkomsten hebt behaald. Van de onderwijskundige en jouw werkplekbegeleider krijg je een cijfer voor de leeruitkomst ‘positief leerklimaat’. Daarnaast krijg je van je werkplekbegeleider feedback op de leeruitkomsten ‘oriëntatie op beroep’, ‘ontwerpen, uitvoeren en evalueren’ en ‘effectief leren’. Deze leeruitkomsten worden na je stage ook beoordeeld op de HAN, via de beoordelingslijsten in de handleiding voor werkplekbegeleiders WPL 1. De handleiding is te vinden op deze pagina.
Meer informatie over de afronding van je stage volgt later dit schooljaar.
Evaluatie werkplekleren
Jouw stem in het nest
Wij vinden het belangrijk om ons werkplekcurriculum systematisch te verbeteren. En jouw mening telt! Aan het einde van je stage ontvang je vanuit de HBO-spiegel een geanonimiseerde vragenlijst. Ook nodigt je schoolopleider je uit voor een centraal evaluatiemoment. Tijdens deze bijeenkomst krijg je de ruimte om de vragenlijst in te vullen en een gesprek aan te gaan. Natuurlijk hoef je niet te wachten tot deze bijeenkomst. Als je jouw feedback eerder wil delen, neem je contact op met jouw werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Eerder gestopt?
Ook als je vroegtijdig stopt met je stage, volgt een afsluitend gesprek met je werkplekbegeleider, schoolopleider en/of instituutsopleider. In dit gesprek kun je feedback geven op het werkplekleren.
HAN Werkplekleren 2
Tijdens het tweede jaar van je opleiding ontwikkel je jezelf als docent, vooral op pedagogisch-didactisch gebied. Je doorloopt een begeleide stage van zestien weken op één stageschool, samen met een medestudent. Op maandag en dinsdag geef je een aantal (deel)lessen en voer je andere onderwijsactiviteiten uit. Daarnaast onderzoek je jouw handelen voor de klas.
Vooraf regelen
Een vliegende start
Voordat je stage start, ontvang je via Praktijkbureau Educatie een stageovereenkomst tussen de HAN en Nest Nijmegen. Hierin staan afspraken over rechten en plichten tijdens je stage, onder andere over werktijden, veilig en verantwoord werken en privacy en gegevensbeheer. Jij accepteert deze afspraken door het ondertekenen en terugsturen van de studentverklaring. Je stageschool kan vragen om een kopie voor de eigen administratie. Zorg daarnaast dat je ruim op tijd al het overige papierwerk geregeld hebt, zoals het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Kennismakingsgesprek
Een zachte landing
Ruim voor de start van je stage ontvangen jij en je medestudent een uitnodiging van je stageschool voor een kennismakingsgesprek. Tijdens dit gesprek ontmoeten jullie je werkplekbegeleider (wpb), de schoolopleider en soms ook de instituutsopleider van de HAN. Van hen krijg je alle informatie die je nodig hebt om goed van start te kunnen gaan. Daarnaast maak je de eerste afspraken en bespreek je wederzijdse verwachtingen, op basis van de volgende vragen:
- Hoe heb ik me in het eerste jaar ontwikkeld?
- Uit welke leeruitkomsten bestaat dit leertraject?
- Welke begeleidingsaanpak past bij mij?
- Op welke dagen is mijn werkplekbegeleider aanwezig?
- Aan welke klassen geef ik op welke dagen les?
- Welke momenten plannen we in om te evalueren?
- Welke deadlines zijn er voor mijn reflecties en lesvoorbereiding?
- Welke methode, planners en digitaal lesmateriaal gebruikt deze school?
- Wie moet ik toegang geven tot mijn eJournal?
- Welke andere informatie is belangrijk om uit te wisselen?
Voorbereiding
Voor het kennismakingsgesprek bekijk je de website van je stageschool. Daarnaast denk je na over wie jij bent als student en over jouw verwachtingen qua begeleiding.
Start stage
Oriënteren en ontdekken
Je stage begint met een oriëntatiefase van twee of drie weken. Tot aan het startgesprek oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en nieuwsgierig op. Je beantwoordt vragen als:
- Wat is de visie van de school?
- Hoe zit de organisatie in elkaar?
- Hoe ziet de leerlingpopulatie eruit?
- Hoe herken ik de visie van de school in de dagelijkse lespraktijk?
- Hoe werken collega’s (binnen de sectie) samen?
- Hoe ga ik werken aan de leeruitkomsten binnen de context van de school?
Activiteiten
Om de vragen hierboven te beantwoorden, onderneem je verschillende activiteiten. Alles wat je ziet en doet, gebruik je als input voor het startgesprek. Natuurlijk hoef je tijdens de oriëntatiefase niet meteen alles te doen: later in je stage is er ook nog ruimte. Overleg wel op tijd met je werkplekbegeleider wat mogelijk is en neem vooral zelf initiatief. Voorbeelden van activiteiten:
- Een dag meelopen met een docent.
- Een dag meelopen met een klas.
- Een collega interviewen.
- Vergaderingen bijwonen.
- Het PTA en/of het team-, zorg- en schoolplan bestuderen.
- Met medestudenten van je opleiding overleggen.
Startgesprek
Jouw vliegroute uitzetten
Je maakt zelf een afspraak voor het startgesprek: een gesprek tussen jou, je werkplekbegeleider en de schoolopleider of de instituutsopleider in de tweede of derde week van je stage. Het doel? Jouw leeropbrengsten vaststellen en je leerroute voor de komende periode bepalen. Het startgesprek duurt ongeveer een half uur en begint met een presentatie van jouw uitgewerkte leerdoelen per leeruitkomst. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Je bereidt het startgesprek voor door zo concreet mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen:
- Welke leeruitkomsten zijn er?
- Welke leeruitkomsten zijn voor mij nu belangrijk en waarom?
- Welk doel stel ik per leeruitkomst? (Gebruik het kijkkader in het beoordelingsformulier)
- Wat ga ik doen om daar te komen? Welke leeractiviteiten zet ik in?
- Wanneer ben ik tevreden? (Gebruik de tabel Complexe beroepsvaardigheden)
De antwoorden op deze vragen verwerk je in een presentatie van vijf tot tien minuten. De exacte vorm laten we aan jou over. Als input gebruik je de ervaringen uit je eerste stageweken en de pedagogische en didactische onderwijseenheden vanuit de HAN. Daarnaast helpen de volgende documenten je op weg:
- De eindbeoordeling van je vorige stage.
- De missie en visie van je stageschool.
- Het beoordelingsformulier inclusief kijkkader. Je vindt dit formulier door in te loggen op HAN Insite. Dat kan via deze pagina. Je begeleider vindt alle benodigde informatie op de pagina voor stagescholen.
Plaats je voorbereiding en je presentatie ruim voor het startgesprek in eJournal, zodat je begeleiders die alvast kunnen bekijken.
Vervolg
Voor het startgesprek krijg je geen cijfer. Je plaatst zowel je voorbereiding als de presentatie in eJournal. Daarna stuur je een feedbackverzoek voor de pedagogische en de didactische leeruitkomsten naar je werkplekbegeleider en de schoolopleider. Tijdens je stage ga je aan de slag met je leerdoelen. Je ontwikkeling evalueer je in coachgesprekken en tijdens de tussenevaluatie en de eindbeoordeling. Alle opbrengsten houd je bij in je digitale portfolio in eJournal.
Begeleiding
We vliegen samen op
Tijdens je stage sta je er nooit alleen voor. Een vaste gesprekkencyclus vormt de rode draad in je begeleiding. Tijdens het startgesprek, de tussenevaluatie en de eindbeoordeling bespreek je met je werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider jouw ontwikkeling. Daarnaast heb je individuele coachmomenten met je werkplekbegeleider. En natuurlijk staan ook je andere collega’s voor je klaar om je vooruit te helpen.
Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider. Die maakt je wegwijs in de school en zorgt dat jij verkregen inzichten in de praktijk kan toepassen. Je spreekt je werkplekbegeleider minimaal één keer per week tijdens een individueel coachgesprek. Daarin reflecteren jullie op jouw persoonlijke groei, je onderzoekende houding en de ontwikkeling van je professionele identiteit.
Je werkplekbegeleider stimuleert jou om je grenzen te verleggen en je eigen manier van lesgeven te ontwikkelen. Daarvoor krijg je feedup, feedback en feedforward op basis van de leeruitkomsten. Het is niet noodzakelijk dat je werkplekbegeleider hetzelfde vak geeft als jij.
Schoolopleider
Algemene vragen over je stage of vragen waarmee je niet bij je werkplekbegeleider terechtkunt, stel je aan de schoolopleider. Die coördineert het werkplekleren op je stageschool en is medeverantwoordelijk voor kwaliteit en begeleiding. Afhankelijk van de afspraken vertegenwoordigt de schoolopleider ook de HAN. Daarnaast is die aanwezig bij formele evaluatiemomenten en treedt op als tweede beoordelaar.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is samen met de schoolopleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werkplekleren en de begeleiding die daarbij hoort. Het is een docent van de HAN die goed weet welke leeruitkomsten er centraal staan in je opleiding. De instituutsopleider kan aansluiten tijdens formele evaluatiemomenten, zoals de tussenevaluatie en de eindbeoordeling.
Jouw rol
Je bent ook zelf verantwoordelijk voor de manier waarop je begeleid wordt. Je houdt je aan afspraken, verschijnt goed voorbereid op je stage en deelt met je werkplekbegeleider:
- wat je wil uitproberen of wil leren en wat je doel is
- hoe je bepaalt of een doel behaald is
- hoe je feedback wil verzamelen
- bij wie je feedback wil verzamelen
- hoe je feedback verwerkt
Handige hulpmiddelen
Wind onder je vleugels
Om bewust te werken aan je leerdoelen maak je gebruik van begeleidingsinstrumenten: opdrachten, modellen en methodes die je ontwikkeling ondersteunen en vormgeven. Hieronder vind je een aantal voorbeelden die je samen met je werkplekbegeleider kan inzetten tijdens het werkplekleren:
Reflectie:
- Diepgaande reflectie Bateson – Dilts
- Reflectie met koppelkaarten
- Reflectiemodel van Korthagen
- Reflectietoolbox
Lesvoorbereiding:
- Lesplan HAN
- Lesvoorbereiding Expliciete Directe Instructie
- Lesvoorbereiding Activerende Directe Instructie
- Lesvoorbereiding DA
- Lesvoorbereiding VUT-model
Lesobservatie:
- Digitale Observatietool leerlingenvragen
- Lesobservatie: klassenmanagement
- Lesobservatie: zes rollen van de docent
- Lesobservatie: voorbereiden en uitvoeren van onderwijs
Feedback geven:
Lesbezoeken
Feedback oppikken
Het is de bedoeling dat je werkplekbegeleider achterin de klas zit, tijdens alle lessen die jij geeft. Daarnaast vinden vóór de tussenevaluatie en de eindbeoordeling lesbezoeken plaats. Hiervoor nodig jij de bezoekers uit. De schoolopleider of instituutsopleider komt tijdens je stage minimaal één keer op lesbezoek. Het doel van de bezoekers is niet beoordelen, maar ontwikkelgerichte feedback geven. Op basis daarvan kun jij reflecteren en de volgende stappen op je leerroute bepalen.
Voorbereiding
Vóór een lesbezoek zorg jij ervoor dat de bezoekers een compleet ingevulde lesvoorbereiding ontvangen en weten waar zij moeten zijn. Met de observator deel je een observatieformulier waarop jouw persoonlijke leerdoelen staan. Onder ‘handige hulpmiddelen’ staan voorbeelden van lesvoorbereidingsformulieren en observatieformulieren die je hiervoor kunt gebruiken.
Vervolg
Na een lesbezoek plan je een nagesprek met de bezoekers. Hierin bespreken jullie de observaties en de feedback. De opbrengst van het nagesprek zet je in eJournal en verwerk je in de voorbereiding van de tussenevaluatie of de eindbeoordeling.
Digitaal portfolio
Jouw vliegroute in beeld
Tijdens het werkplekleren gebruik je digitaal portfolio eJournal als middel om je ontwikkeling zichtbaar te maken. eJournal heeft een vaste structuur met opdrachten, formats en feedback- en beoordelingsformulieren. Daaraan voeg je persoonlijke onderdelen toe. Het bijhouden van je portfolio is een verplicht onderdeel van de opleiding.
eJournal bestaat uit twee delen:
- Ontwikkelingsportfolio: hierin leg je je persoonlijke groei vast, onder andere via wekelijkse zelfreflecties. Dit onderdeel wordt niet beoordeeld.
- Beoordelingsportfolio: hierin staan je feedback- en beoordelingsformulieren. Dit deel lever je uiteindelijk in voor een eindbeslissing over je bekwaamheid als docent.
Jouw rol
Jij nodigt je werkplekbegeleider uit om mee te kijken in eJournal, feedback te geven en onderdelen goed te keuren. Je werkplekbegeleider heeft daarvoor geen eigen account nodig. Praktische uitleg vind je via Praktijkbureau Educatie. Spreek daarnaast met je schoolopleider af op welke manier je binnen je stageschool documenten zoals lesvoorbereidingen kunt delen.
Onderzoekend handelen
Vlieguren maken
Tijdens jouw stage leer je jezelf én het beroep van docent van verschillende kanten kennen. Daarbij toon je een nieuwsgierige houding en doe je je best om zoveel mogelijk te weten te komen. Je stelt vragen aan collega’s, begeleiders en andere betrokkenen en grijpt elke kans aan om nieuwe ervaringen op te doen. Hoe meer je meemaakt, hoe beter je ontdekt wat bij je past. Onderzoekend handelen is deel van de cultuur waarbinnen we leren en lesgeven in Nest. Lees hier meer over die cultuur en over de Vliegwijzer die je daarmee op weg helpt!
Jouw lespraktijk onderzoeken
We vinden het belangrijk dat je als docent onderzoekend handelt, als onderdeel van een brede professionele basis. Daarvoor kijk je samen met je werkplekbegeleider kritisch naar je eigen lessen, met als doel om jezelf te ontwikkelen. Het hoeft niet meteen om een groot project te gaan. Onderzoekend handelen doe je al heel snel, door kritisch te reflecteren op je eigen gedrag of dat van leerlingen. Denk bijvoorbeeld aan de volgende onderwerpen:
- In hoeverre kijk ik leerlingen aan tijdens onderwijsleergesprekken?
- In hoeverre stel ik vragen tijdens onderwijsleergesprekken?
- Wat voor invloed heeft het begroeten van elke leerling op de sfeer in de klas?
- Wat voor invloed heeft een werkvorm op de motivatie en/of de resultaten van leerlingen?
- Hoe zorg ik ervoor dat leerlingen niet steeds dezelfde fouten maken?
- Hoe kan ik mijn stem zo gebruiken dat het mij niet te veel energie kost?
- Hoe kijken leerlingen aan tegen de opzet van mijn lessen?
- In hoeverre kloppen de aannames die ik heb over een bepaalde leerling?
De volgende stap
Na het formuleren van een passende vraag, verzamel je gericht informatie. Bijvoorbeeld door in de klas te observeren, leerlingen of collega’s te bevragen of werk van leerlingen te analyseren. Die informatie helpt je om antwoorden te vinden en onderbouwde beslissingen te nemen over een volgende (verbeter)stap. Neem je werkplekbegeleider altijd mee in het proces. Die kan je onderzoekende houding met gerichte observaties en feedback ondersteunen.
Tussenevaluatie
Terugblikken en vooruitkijken
Halverwege je stage vindt de tussenevaluatie plaats: een gesprek van ongeveer een half uur. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider, de schoolopleider en de instituutsopleider uit. Het doel? Terugblikken op de afgelopen periode, kijken waar je nu staat en bepalen waar je in de toekomst naartoe wil. De tussenevaluatie begint met een presentatie die jij hebt voorbereid. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen en bespreken jullie per leeruitkomst wat je nodig hebt voor de tweede helft van je stage. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Je bereidt de tussenevaluatie voor door zo concreet mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen:
- Wat heb ik tot nu toe ervaren?
- Wat hebben interventies opgeleverd?
- Waar werk ik naartoe? Wat zijn mijn leerdoelen binnen de leeruitkomsten?
- Welke stappen moet ik zetten om daar te komen?
- Welke literatuur of andere bronnen kunnen mij helpen in mijn ontwikkeling?
De antwoorden op deze vragen verwerk je in een presentatie van vijf tot tien minuten. De exacte vorm laten we aan jou over. Als input gebruik je jouw leerdoelen uit het startgesprek. Daarnaast reflecteer je op je groei door op het formulier voor de tussenevaluatie jouw ontwikkeling per leeruitkomst in te vullen. Het ingevulde formulier deel je met je begeleiders. Jouw werkplekbegeleider vult vervolgens een eigen deel in en deelt het formulier weer met jou, voordat de tussenevaluatie plaatsvindt. Log voor dit formulier in op HAN Insite. De link naar Insite vind je op deze pagina. Je begeleider vindt alle benodigde informatie hier.
Vervolg
Zowel de voorbereiding als het verslag van de tussenevaluatie plaats je in eJournal. Als het nodig is, pas je het startdocument aan. Je krijgt geen cijfer voor de tussenevaluatie, maar stuurt een feedbackverzoek voor de betreffende leeruitkomsten naar je werkplekbegeleider en je schoolopleider. Aan het einde van je stage volgt een eindbeoordeling. Op dat moment kijk je terug naar het startgesprek en de tussenevaluatie en evalueer je samen met je begeleiders opnieuw je ontwikkeling.
Eindbeoordeling
Tijd om door te vliegen
Je sluit je stage af met een eindbeoordeling: een gesprek van ongeveer 45 minuten. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider uit. Het doel? Aan je begeleiders laten zien hoe je de leeruitkomsten hebt behaald. Tijdens de eindbeoordeling deel je jouw zelfreflectie, de kern van je ontwikkeling tijdens de afgelopen stageperiode en je leerdoelen voor de toekomst. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen. Aan het einde volgt een officieel gedeelte waarin je aantoont hoe je de leeruitkomsten hebt behaald. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Als voorbereiding op de eindbeoordeling schrijf je een zelfreflectie op het formulier eindbeoordeling in eJournal. Vervolgens deel je het formulier met je begeleiders, waarna jouw werkplekbegeleider een eigen deel invult. Sommige studenten verwerken hun zelfreflectie in een presentatie die zij tijdens de eindbeoordeling delen, maar dat is niet verplicht. Log voor dit formulier in op HAN Insite. De link naar Insite vind je op deze pagina. Je begeleider kan voor praktische uitleg bij deze stap hier terecht.
Vervolg
Aan het eind van het gesprek delen je begeleiders mondeling hun beoordeling van jouw functioneren tijdens je stage. Na afloop zorg jij ervoor dat het volledig ingevulde formulier eindbeoordeling in eJournal staat en levert je je beoordelingsportfolio in. Vervolgens bepalen je werkplekbegeleider, de schoolopleider en de instituutsopleider of je voldoende leeruitkomsten hebt laten zien om door te stromen naar het derde leerjaar. Mogelijk overleggen ze met je studiecoach van de HAN om tot hun beslissing te komen.
Onvoldoende leeruitkomsten behaald?
Overleg zo snel mogelijk met jouw werkplekbegeleider, de schoolopleider en de instituutsopleider van de HAN over de beste vervolgroute.
Evaluatie werkplekleren
Jouw stem in het nest
Wij vinden het belangrijk om ons werkplekcurriculum systematisch te verbeteren. En jouw mening telt! Aan het einde van je stage ontvang je vanuit de HBO-spiegel een geanonimiseerde vragenlijst. Ook nodigt je schoolopleider je uit voor een centraal evaluatiemoment. Tijdens deze bijeenkomst krijg je de ruimte om de vragenlijst in te vullen en een gesprek aan te gaan. Natuurlijk hoef je niet te wachten tot deze bijeenkomst. Als je jouw feedback eerder wil delen, neem je contact op met jouw werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Eerder gestopt?
Ook als je vroegtijdig stopt met je stage, volgt een afsluitend gesprek met je werkplekbegeleider, schoolopleider en/of instituutsopleider. In dit gesprek kun je feedback geven op het werkplekleren.
HAN Werkplekleren 2 – leerjaar 3
Tijdens het derde jaar van je opleiding bereid je je voor op zelfstandig lesgeven. Je doorloopt een begeleide stage van zestien weken, samen met een medestudent. Daarin diep je je pedagogisch-didactische vaardigheden verder uit en bouw je aan je vakkennis. De stagedagen zijn over het algemeen dinsdag en donderdag.
Vooraf regelen
Een vliegende start
Voordat je stage start, ontvang je via Praktijkbureau Educatie een stageovereenkomst tussen de HAN en Nest Nijmegen. Hierin staan afspraken over rechten en plichten tijdens je stage, onder andere over werktijden, veilig en verantwoord werken en privacy en gegevensbeheer. Jij accepteert deze afspraken door het ondertekenen en terugsturen van de studentverklaring. Je stageschool kan vragen om een kopie voor de eigen administratie. Zorg daarnaast dat je ruim op tijd al het overige papierwerk geregeld hebt, zoals het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Kennismakingsgesprek
Een zachte landing
Ruim voor de start van je stage ontvangen jij en je medestudent een uitnodiging van je stageschool voor een kennismakingsgesprek. Tijdens dit gesprek ontmoeten jullie je werkplekbegeleider (wpb), de schoolopleider en soms ook de instituutsopleider van de HAN. Van hen krijg je alle informatie die je nodig hebt om goed van start te kunnen gaan. Daarnaast maak je de eerste afspraken en bespreek je wederzijdse verwachtingen, op basis van de volgende vragen:
- Hoe heb ik me het eerste en tweede jaar ontwikkeld?
- Uit welke leeruitkomsten bestaat dit leertraject?
- Welke begeleidingsaanpak past bij mij?
- Op welke dagen is mijn werkplekbegeleider aanwezig?
- Aan welke klassen geef ik op welke dagen les?
- Welke momenten plannen we in om te evalueren?
- Welke deadlines zijn er voor mijn reflecties en lesvoorbereiding?
- Welke methode, planners en digitaal lesmateriaal gebruikt deze school?
- Wie moet ik toegang geven tot mijn eJournal?
- Welke andere informatie is belangrijk om uit te wisselen?
Start stage
Oriënteren en ontdekken
Je stage begint met een oriëntatiefase van twee of drie weken. Tot aan het startgesprek oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en nieuwsgierig op. Je beantwoordt vragen als:
- Wat is de visie van de school?
- Hoe zit de organisatie in elkaar?
- Hoe ziet de leerlingpopulatie eruit?
- Hoe herken ik de visie van de school in de dagelijkse lespraktijk?
- Hoe werken collega’s (binnen de sectie) samen?
- Hoe ga ik werken aan de leeruitkomsten binnen de context van de school?
Activiteiten
Om de vragen hierboven te beantwoorden, onderneem je verschillende activiteiten. Alles wat je ziet en doet, gebruik je als input voor het startgesprek. Natuurlijk hoef je tijdens de oriëntatiefase niet meteen alles te doen: later in je stage is er ook nog ruimte. Overleg wel op tijd met je werkplekbegeleider wat mogelijk is en neem vooral zelf initiatief. Voorbeelden van activiteiten:
- Een dag meelopen met een docent.
- Een dag meelopen met een klas.
- Een collega interviewen.
- Vergaderingen bijwonen.
- Het PTA en/of het team-, zorg- en schoolplan bestuderen.
- Met medestudenten van je opleiding overleggen.
Startgesprek
Jouw vliegroute uitzetten
Je maakt zelf een afspraak voor het startgesprek: een gesprek tussen jou, je werkplekbegeleider en de schoolopleider of de instituutsopleider in de tweede of derde week van je stage. Het doel? Jouw leeropbrengsten vaststellen en je leerroute voor de komende periode bepalen. Het startgesprek duurt ongeveer een half uur en begint met een presentatie van jouw uitgewerkte leerdoelen per leeruitkomst. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Je bereidt het startgesprek voor door zo concreet mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen:
- Welke leeruitkomsten zijn er?
- Welke leeruitkomsten zijn voor mij nu belangrijk en waarom?
- Welk doel stel ik per leeruitkomst? (Gebruik het kijkkader in het beoordelingsformulier)
- Wat ga ik doen om daar te komen? Welke leeractiviteiten zet ik in?
- Wanneer ben ik tevreden? (Gebruik de tabel Complexe beroepsvaardigheden)
De antwoorden op deze vragen verwerk je in een presentatie van vijf tot tien minuten. De exacte vorm laten we aan jou over. Als input gebruik je de ervaringen uit je eerste stageweken en de pedagogische en didactische onderwijseenheden vanuit de HAN. Daarnaast helpen de volgende documenten je op weg:
- De eindbeoordeling van je vorige stage.
- De missie en visie van je stageschool.
- Het beoordelingsformulier inclusief kijkkader. Je vindt dit formulier door in te loggen op HAN Insite. Dat kan via deze pagina. Je begeleider vindt alle benodigde informatie op de pagina voor stagescholen.
Plaats je voorbereiding en je presentatie ruim van tevoren in eJournal, zodat je begeleiders die alvast kunnen bekijken.
Vervolg
Voor het startgesprek krijg je geen cijfer. Je plaatst zowel je voorbereiding als de presentatie in eJournal. Daarna stuur je een feedbackverzoek voor de pedagogische en de didactische leeruitkomsten naar je werkplekbegeleider en de schoolopleider. Tijdens je stage ga je aan de slag met je leerdoelen. Je ontwikkeling evalueer je in coachgesprekken en tijdens de tussenevaluatie en de eindbeoordeling. Alle opbrengsten houd je bij in je digitale portfolio in eJournal.
Begeleiding
We vliegen samen op
Tijdens je stage sta je er nooit alleen voor. Een vaste gesprekkencyclus vormt de rode draad in je begeleiding. Tijdens het startgesprek, de tussenevaluatie en de eindbeoordeling bespreek je met je werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider jouw ontwikkeling. Daarnaast heb je individuele coachmomenten met je werkplekbegeleider. En natuurlijk staan ook je andere collega’s voor je klaar om je vooruit te helpen.
Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider. Die maakt je wegwijs in de school en zorgt dat jij verkregen inzichten in de praktijk kan toepassen. Je spreekt je werkplekbegeleider minimaal één keer per week tijdens een individueel coachgesprek. Daarin reflecteren jullie op jouw persoonlijke groei, je onderzoekende houding en de ontwikkeling van je professionele identiteit.
Je werkplekbegeleider stimuleert jou om je grenzen te verleggen en je eigen manier van lesgeven te ontwikkelen. Daarvoor krijg je feedup, feedback en feedforward op basis van de leeruitkomsten. Het is niet noodzakelijk dat je werkplekbegeleider hetzelfde vak geeft als jij.
Schoolopleider
Algemene vragen over je stage of vragen waarmee je niet bij je werkplekbegeleider terechtkunt, stel je aan de schoolopleider. Die coördineert het werkplekleren op je stageschool en is medeverantwoordelijk voor kwaliteit en begeleiding. Afhankelijk van de afspraken vertegenwoordigt de schoolopleider ook de HAN. Daarnaast is die aanwezig bij formele evaluatiemomenten en treedt op als tweede beoordelaar.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is samen met de schoolopleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werkplekleren en de begeleiding die daarbij hoort. Het is een docent van de HAN die goed weet welke leeruitkomsten er centraal staan in je opleiding. De instituutsopleider kan aansluiten tijdens formele evaluatiemomenten, zoals de tussenevaluatie en de eindbeoordeling.
Jouw rol
Je bent ook zelf verantwoordelijk voor de manier waarop je begeleid wordt. Je houdt je aan afspraken, verschijnt goed voorbereid op je stage en deelt met je werkplekbegeleider:
- wat je wil uitproberen of wil leren en wat je doel is
- hoe je bepaalt of een doel behaald is
- hoe je feedback wil verzamelen
- bij wie je feedback wil verzamelen
- hoe je feedback verwerkt
Handige hulpmiddelen
Wind onder je vleugels
Om bewust te werken aan je leerdoelen maak je gebruik van begeleidingsinstrumenten: opdrachten, modellen en methodes die je ontwikkeling ondersteunen en vormgeven. Hieronder vind je een aantal voorbeelden die je samen met je werkplekbegeleider kan inzetten tijdens het werkplekleren:
Reflectie:
- Diepgaande reflectie Bateson – Dilts
- Reflectie met koppelkaarten
- Reflectiemodel van Korthagen
- Reflectietoolbox
Lesvoorbereiding:
- Lesplan HAN
- Lesvoorbereiding Expliciete Directe Instructie
- Lesvoorbereiding Activerende Directe Instructie
- Lesvoorbereiding DA
- Lesvoorbereiding VUT-model
Lesobservatie:
- Digitale Observatietool leerlingenvragen
- Lesobservatie: klassenmanagement
- Lesobservatie: zes rollen van de docent
- Lesobservatie: voorbereiden en uitvoeren van onderwijs
Feedback geven:
Lesbezoeken
Feedback oppikken
Het is de bedoeling dat je werkplekbegeleider achterin de klas zit, tijdens alle lessen die jij geeft. Daarnaast vinden vóór de tussenevaluatie en de eindbeoordeling lesbezoeken plaats. Hiervoor nodig jij de bezoekers uit. De schoolopleider of instituutsopleider komt tijdens je stage minimaal één keer op lesbezoek. Het doel van de bezoekers is niet beoordelen, maar ontwikkelgerichte feedback geven. Op basis daarvan kun jij reflecteren en de volgende stappen op je leerroute bepalen.
Voorbereiding
Vóór een lesbezoek zorg jij ervoor dat de bezoekers een compleet ingevulde lesvoorbereiding ontvangen en weten waar zij moeten zijn. Met de observator deel je een observatieformulier waarop jouw persoonlijke leerdoelen staan. Onder ‘handige hulpmiddelen’ staan voorbeelden van lesvoorbereidingsformulieren en observatieformulieren die je hiervoor kunt gebruiken.
Vervolg
Na een lesbezoek plan je een nagesprek met de bezoekers. Hierin bespreken jullie de observaties en de feedback. De opbrengst van het nagesprek zet je in eJournal en verwerk je in de voorbereiding van de tussenevaluatie of de eindbeoordeling.
Digitaal portfolio
Jouw vliegroute in beeld
Tijdens het werkplekleren gebruik je digitaal portfolio eJournal als middel om je ontwikkeling zichtbaar te maken. eJournal heeft een vaste structuur met opdrachten, formats en feedback- en beoordelingsformulieren. Daaraan voeg je persoonlijke onderdelen toe. Het bijhouden van je portfolio is een verplicht onderdeel van de opleiding.
eJournal bestaat uit twee delen:
- Ontwikkelingsportfolio: hierin leg je je persoonlijke groei vast, onder andere via wekelijkse zelfreflecties. Dit onderdeel wordt niet beoordeeld.
- Beoordelingsportfolio: hierin staan je feedback- en beoordelingsformulieren. Dit deel lever je uiteindelijk in voor een eindbeslissing over je bekwaamheid als docent.
Jouw rol
Jij nodigt je werkplekbegeleider uit om mee te kijken in eJournal, feedback te geven en onderdelen goed te keuren. Je werkplekbegeleider heeft daarvoor geen eigen account nodig. Praktische uitleg vind je via Praktijkbureau Educatie. Spreek daarnaast met je schoolopleider af op welke manier je binnen je stageschool documenten zoals lesvoorbereidingen kunt delen.
Onderzoekend handelen
Vlieguren maken
Tijdens jouw stage leer je jezelf én het beroep van docent van verschillende kanten kennen. Daarbij toon je een nieuwsgierige houding en doe je je best om zoveel mogelijk te weten te komen. Je stelt vragen aan collega’s, begeleiders en andere betrokkenen en grijpt elke kans aan om nieuwe ervaringen op te doen. Hoe meer je meemaakt, hoe beter je ontdekt wat bij je past. Onderzoekend handelen is deel van de cultuur waarbinnen we leren en lesgeven in Nest. Lees hier meer over die cultuur en over de Vliegwijzer die je daarmee op weg helpt!
Jouw lespraktijk onderzoeken
We vinden het belangrijk dat je als docent onderzoekend handelt, als onderdeel van een brede professionele basis. Daarvoor kijk je samen met je werkplekbegeleider kritisch naar je eigen lessen, met als doel om jezelf te ontwikkelen. Het hoeft niet meteen om een groot project te gaan. Onderzoekend handelen doe je al heel snel, door kritisch te reflecteren op je eigen gedrag of dat van leerlingen. Denk bijvoorbeeld aan de volgende onderwerpen:
- In hoeverre kijk ik leerlingen aan tijdens onderwijsleergesprekken?
- In hoeverre stel ik vragen tijdens onderwijsleergesprekken?
- Wat voor invloed heeft het begroeten van elke leerling op de sfeer in de klas?
- Wat voor invloed heeft een werkvorm op de motivatie en/of de resultaten van leerlingen?
- Hoe zorg ik ervoor dat leerlingen niet steeds dezelfde fouten maken?
- Hoe kan ik mijn stem zo gebruiken dat het mij niet te veel energie kost?
- Hoe kijken leerlingen aan tegen de opzet van mijn lessen?
- In hoeverre kloppen de aannames die ik heb over een bepaalde leerling?
De volgende stap
Na het formuleren van een passende vraag, verzamel je gericht informatie. Bijvoorbeeld door in de klas te observeren, leerlingen of collega’s te bevragen of werk van leerlingen te analyseren. Die informatie helpt je om antwoorden te vinden en onderbouwde beslissingen te nemen over een volgende (verbeter)stap. Neem je werkplekbegeleider altijd mee in het proces. Die kan je onderzoekende houding met gerichte observaties en feedback ondersteunen.
Tussenevaluatie
Terugblikken en vooruitkijken
Halverwege je stage vindt de tussenevaluatie plaats: een gesprek van ongeveer een half uur. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider, de schoolopleider en de instituutsopleider uit. Het doel? Terugblikken op de afgelopen periode, kijken waar je nu staat en bepalen waar je in de toekomst naartoe wil. De tussenevaluatie begint met een presentatie die jij hebt voorbereid. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen en bespreken jullie per leeruitkomst wat je nodig hebt voor de tweede helft van je stage. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Je bereidt de tussenevaluatie voor door zo concreet mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen:
- Wat heb ik tot nu toe ervaren?
- Wat hebben interventies opgeleverd?
- Waar werk ik naartoe? Wat zijn mijn leerdoelen binnen de leeruitkomsten?
- Welke stappen moet ik zetten om daar te komen?
- Welke literatuur of andere bronnen kunnen mij helpen in mijn ontwikkeling?
De antwoorden op deze vragen verwerk je in een presentatie van vijf tot tien minuten. De exacte vorm laten we aan jou over. Als input gebruik je jouw leerdoelen uit het startgesprek. Daarnaast reflecteer je op je groei door op het formulier voor de tussenevaluatie jouw ontwikkeling per leeruitkomst in te vullen. Het ingevulde formulier deel je met je begeleiders. Jouw werkplekbegeleider vult vervolgens een eigen deel in en deelt het formulier weer met jou, voordat de tussenevaluatie plaatsvindt. Log voor dit formulier in op HAN Insite. De link naar Insite vind je op deze pagina. Je begeleider vindt alle benodigde informatie hier.
Vervolg
Zowel de voorbereiding als het verslag van de tussenevaluatie plaats je in eJournal. Als het nodig is, pas je het startdocument aan. Je krijgt geen cijfer voor de tussenevaluatie, maar stuurt een feedbackverzoek voor de betreffende leeruitkomsten naar je werkplekbegeleider en je schoolopleider. Aan het einde van je stage volgt een eindbeoordeling. Op dat moment kijk je terug naar het startgesprek en de tussenevaluatie en evalueer je samen met je begeleiders opnieuw je ontwikkeling.
Eindbeoordeling
Tijd om door te vliegen
Je sluit je stage af met een eindbeoordeling: een gesprek van ongeveer 45 minuten. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider uit. Het doel? Aan je begeleiders laten zien hoe je de leeruitkomsten hebt behaald. Tijdens de eindbeoordeling deel je jouw zelfreflectie, de kern van je ontwikkeling tijdens de afgelopen stageperiode en je leerdoelen voor de toekomst. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen. Aan het einde volgt een officieel gedeelte waarin je aantoont hoe je de leeruitkomsten hebt behaald. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Als voorbereiding op de eindbeoordeling schrijf je een zelfreflectie op het formulier eindbeoordeling in eJournal. Vervolgens deel je het formulier met je begeleiders, waarna jouw werkplekbegeleider een eigen deel invult. Sommige studenten verwerken hun zelfreflectie in een presentatie die zij tijdens de eindbeoordeling delen, maar dat is niet verplicht. Log voor dit formulier in op HAN Insite. De link naar Insite vind je op deze pagina. Je begeleider kan voor praktische uitleg bij deze stap hier terecht.
Vervolg
Aan het eind van het gesprek delen je begeleiders mondeling hun beoordeling van jouw functioneren tijdens je stage. Na afloop zorg jij ervoor dat het volledig ingevulde formulier eindbeoordeling in eJournal staat en levert je je beoordelingsportfolio in. Vervolgens bepalen je werkplekbegeleider, de schoolopleider en de instituutsopleider of je voldoende leeruitkomsten hebt laten zien om door te stromen naar het vierde leerjaar. Mogelijk overleggen ze met je studiecoach van de HAN om tot hun beslissing te komen.
Onvoldoende leeruitkomsten behaald?
Overleg zo snel mogelijk met jouw werkplekbegeleider, de schoolopleider en de instituutsopleider van de HAN over de beste vervolgroute.
Evaluatie werkplekleren
Jouw stem in het nest
Wij vinden het belangrijk om ons werkplekcurriculum systematisch te verbeteren. En jouw mening telt! Aan het einde van je stage ontvang je vanuit de HBO-spiegel een geanonimiseerde vragenlijst. Ook nodigt je schoolopleider je uit voor een centraal evaluatiemoment. Tijdens deze bijeenkomst krijg je de ruimte om de vragenlijst in te vullen en een gesprek aan te gaan. Natuurlijk hoef je niet te wachten tot deze bijeenkomst. Als je jouw feedback eerder wil delen, neem je contact op met jouw werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Eerder gestopt?
Ook als je vroegtijdig stopt met je stage, volgt een afsluitend gesprek met je werkplekbegeleider, schoolopleider en/of instituutsopleider. In dit gesprek kun je feedback geven op het werkplekleren.
HAN Werkplekleren 3
WPL3 is de eindfase van je opleiding, waarin je focust op de ontwikkeling van je professionele identiteit. Daarnaast groei je op vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch gebied uit tot startbekwaam docent. Je loopt stage of werkt veertig weken lang, drie dagen per week. Tijdens het werkplekleren ga je aan de slag met een praktijkgerichte onderzoeksvraag. Ook maak je kennis met didactisch coachen en neem je deel aan intervisie.
Vooraf regelen
Een vliegende start
Voordat je stage start, ontvang je via Praktijkbureau Educatie een stageovereenkomst tussen de HAN en Nest Nijmegen. Hierin staan afspraken over rechten en plichten tijdens je stage, onder andere over werktijden, veilig en verantwoord werken en privacy en gegevensbeheer. Jij accepteert deze afspraken door het ondertekenen en terugsturen van de studentverklaring. Je stageschool kan vragen om een kopie voor de eigen administratie. Zorg daarnaast dat je ruim op tijd al het overige papierwerk geregeld hebt, zoals het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Kennismakingsgesprek
Een zachte landing
Ruim voor je stage ontvang je via Praktijkbureau Educatie de gegevens van je stageschool. Vervolgens neem je zelf contact op met de werkplekbegeleider of de schoolopleider om een kennismakingsgesprek te plannen. Tijdens dit gesprek ontmoet je jouw begeleider(s) en ontdek je hoe er op school wordt gewerkt. Daarnaast wissel je praktische informatie uit over je werkdagen, de klassen waaraan je gaat lesgeven en de manier waarop je begeleid gaat worden.
Voorbereiding
Voor het kennismakingsgesprek bekijk je de website van je stageschool. Daarnaast denk je na over wie jij bent als student, je professionele identiteit en je verwachtingen qua begeleiding. Een handig hulpmiddel is deze lijst met thema’s waarvoor aandacht is in de begeleiding. Als je deze lijst invult, kan je werkplekbegeleider zo goed mogelijk aansluiten bij jouw ondersteuningsbehoefte. Niks is goed of fout, en het beeld kan de komende tijd nog veranderen.
Heb je de lijst ingevuld? Deel die dan met je werkplekbegeleider, als leidraad voor het kennismakingsgesprek. En denk voor het gesprek verder na over de volgende vragen:
- Wat motiveert mij om docent te worden? Wat zijn mijn kwaliteiten?
- Wat zijn de belangrijkste drie aandachtspunten voor mij?
- Wat zijn mijn ervaringen in eerdere stages?
- Wat verwacht ik van deze stage?
- Welke vorm van begeleiding past bij mij?
- Welke informatie is verder belangrijk om te delen?
Start stage
Oriënteren en ontdekken
Je stage begint met een oriëntatiefase van twee of drie weken. Tot aan het startgesprek oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en nieuwsgierig op. Je beantwoordt vragen als:
- Wat is de visie van de school?
- Hoe zit de organisatie in elkaar?
- Hoe ziet de leerlingpopulatie eruit?
- Hoe herken ik de visie van de school in de dagelijkse lespraktijk?
- Hoe werken collega’s (binnen de sectie) samen?
- Wat heb ik nodig om zelfstandig les te geven?
Voorbereiding digitaal portfolio
Jouw ontwikkeling tijdens je stage maak je zichtbaar via eJournal: een digitaal portfolio. Tijdens de oriëntatiefase zorg je dat jouw ontwikkelingsportfolio klaarstaat in eJournal en je al je begeleiders uitnodigt, zodat zij jouw bevindingen kunnen volgen.
Startgesprek
Jouw vliegroute uitzetten
Je maakt zelf een afspraak voor het startgesprek: een gesprek tussen jou, je werkplekbegeleider en de instituutsopleider of de schoolopleider in de eerste maand van je stage. Het doel? Concrete leerdoelen bepalen rond jouw professionele identiteit en jouw ontwikkeling tot startbekwaam docent. Het startgesprek duurt ongeveer 45 minuten en begint met een presentatie die jij hebt voorbereid. Daarna overleg je samen met je begeleiders over je leerdoelen en stem je af over de best mogelijke leerroute en begeleiding. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Als voorbereiding op het startgesprek maak je een zelfportret en denk je na over de volgende vragen:
- Hoe zie je jezelf als persoon en als docent? Hoe passen jouw kernkwaliteiten daarbij?
- Wat zijn jouw persoonlijke leerdoelen? Op vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch gebied én als het gaat om de ontwikkeling van je professionele identiteit.
- Hoe ga je het komende leerjaar aan deze leerdoelen werken en hoe ziet dat er aan het eind van de stage uit? Wat is dan jouw gedrag, of wat is het gedrag van leerlingen dankzij jouw groei?
De uitkomsten verwerk je in een presentatie van vijf tot tien minuten. De exacte vorm laten we aan jou over. Plaats je zelfportret en je presentatie ruim voor het startgesprek in eJournal, zodat je begeleiders deze alvast kunnen bekijken.
Vervolg
Voor het startgesprek krijg je geen cijfer. Na afloop schrijf je een kort verslag met daarin de leerdoelen, jouw voorgenomen leerroute en de afspraken over je begeleiding. Dit verslag plaats je bij je voorbereiding in eJournal. Vervolgens ga je tijdens je stage aan de slag met je leerdoelen. Deze evalueer je in coachgesprekken en tijdens de tussenevaluatie en de eindbeoordeling. Alle opbrengsten houd je bij in eJournal.
Begeleiding
We vliegen samen op
Tijdens je stage sta je er nooit alleen voor. Een vaste gesprekkencyclus vormt de rode draad in je begeleiding. Tijdens het startgesprek, de tussenevaluatie en de eindbeoordeling bespreek je met je werkplekbegeleider, de schoolopleider en/of de instituutsopleider jouw ontwikkeling. Daarnaast heb je individuele coachmomenten met je werkplekbegeleider. En natuurlijk staan ook je andere collega’s voor je klaar om je vooruit te helpen.
Ook intervisie maakt deel uit van jouw begeleiding. Vóór de tussenevaluatie in november en de eindbeoordeling in april nodigt je schoolopleider je uit om een casus uit je eigen lespraktijk voor te bereiden en uit te werken.
Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider. Die maakt je wegwijs in de school en zorgt dat jij verkregen inzichten in de praktijk kan toepassen. Je spreekt je werkplekbegeleider minimaal één keer per week, op een vast moment dat jullie samen bepalen. Tijdens deze individuele gesprekken reflecteren jullie op jouw persoonlijke leerdoelen, je onderzoekende houding en de ontwikkeling van je professionele identiteit.
Schoolopleider
Algemene vragen over je stage of vragen waarmee je niet bij je werkplekbegeleider terechtkunt, stel je aan de schoolopleider. Die coördineert het werkplekleren op je stageschool en is medeverantwoordelijk voor kwaliteit en begeleiding. Afhankelijk van de afspraken vertegenwoordigt de schoolopleider soms ook de HAN. Daarnaast is die aanwezig bij formele evaluatiemomenten en treedt op als tweede beoordelaar.
Instituutsopleider
De instituutsopleider is samen met de schoolopleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werkplekleren en de begeleiding die daarbij hoort. Het is een docent van de HAN die goed weet welke leeruitkomsten er centraal staan in je opleiding. De instituutsopleider kan aansluiten tijdens formele evaluatiemomenten, zoals de tussenevaluatie en de eindbeoordeling.
Onderzoeksbegeleider
Op je stageschool heb je een persoonlijke onderzoeksbegeleider. Die helpt je bij het formuleren van een onderzoeksvraag die past bij de school en bij jouw ontwikkeling. Daarnaast heeft de onderzoeksbegeleider de rol van critical friend. Samen maken jullie afspraken over tussentijdse deadlines en inlevermomenten. Aan het einde van het traject treedt de onderzoeksbegeleider op als tweede beoordelaar.
Handige hulpmiddelen
Wind onder je vleugels
Om bewust te werken aan je leerdoelen maak je gebruik van begeleidingsinstrumenten: opdrachten, modellen en methodes die je ontwikkeling ondersteunen en vormgeven. Hieronder vind je een aantal voorbeelden die je samen met je werkplekbegeleider kan inzetten tijdens het werkplekleren:
Reflectie:
- Reflectiemodellen van Korthagen
- Reflectietoolbox
- Format weekreflectie
- Diepgaande reflectie Bateson – Dilts.
- Gesprekskaart reflectie
Lesvoorbereiding:
- Lesplan HAN
- Lesvoorbereiding Expliciete Directe Instructie
- Lesvoorbereiding Activerende Directe Instructie
- Lesvoorbereiding VUT-model
Lesobservatie:
- Lesobservatie: klassenmanagement
- Lesobservatie: zes rollen
- Lesobservatie: voorbereiden en uitvoeren van onderwijs
- Lesobservatie: non-verbaal gedrag
Feedback geven:
Lesbezoeken
Feedback oppikken
Vóór de tussenevaluatie en de eindbeoordeling vinden lesbezoeken plaats. Hiervoor nodig jij de bezoekers uit. Het is de bedoeling dat je werkplekbegeleider het eerste half jaar minimaal twee keer op lesbezoek komt. De schoolopleider of instituutsopleider bezoekt minimaal één keer per half jaar een les. Het doel van de bezoekers is niet beoordelen, maar ontwikkelgerichte feedback geven. Op basis daarvan kun jij reflecteren en de volgende stappen op je leerroute bepalen.
Voorbereiding
Vóór een lesbezoek zorg jij ervoor dat de bezoekers een compleet ingevulde lesvoorbereiding ontvangen en weten waar zij moeten zijn. Met de observator deel je een observatieformulier waarop jouw persoonlijke leerdoelen staan. Onder ‘handige hulpmiddelen’ staan voorbeelden van lesvoorbereidingsformulieren en observatieformulieren die je hiervoor kunt gebruiken.
Vervolg
Na een lesbezoek plan je een nagesprek met de bezoekers. Hierin bespreken jullie de observaties en de feedback. De opbrengst van het nagesprek zet je in eJournal en verwerk je in de voorbereiding van de tussenevaluatie of de eindbeoordeling.
Digitaal portfolio
Jouw vliegroute in beeld
Tijdens het werkplekleren gebruik je digitaal portfolio eJournal als middel om je ontwikkeling zichtbaar te maken. Hierin plaats je de voorbereiding en de verslagen rond het startgesprek, de tussenevaluatie en de eindbeoordeling. Daarnaast is er ruimte voor andere documenten en materialen die jouw ontwikkeling weergeven.
Jouw rol
Jij nodigt je werkplekbegeleider uit om mee te kijken in eJournal en feedback te geven. Je werkplekbegeleider hoeft daarvoor niet in te loggen op een eigen account, maar vindt alle informatie en praktische uitleg op deze pagina voor stagescholen van de HAN. Spreek daarnaast met je schoolopleider af op welke manier je binnen je stageschool documenten zoals lesvoorbereidingen kunt delen.
Onderzoekend handelen
Vlieguren maken
Tijdens jouw stage leer je jezelf én het beroep van docent van verschillende kanten kennen. Daarbij toon je een nieuwsgierige houding en doe je je best om zoveel mogelijk te weten te komen. Je stelt vragen aan collega’s, begeleiders en andere betrokkenen en grijpt elke kans aan om nieuwe ervaringen op te doen. Hoe meer je meemaakt, hoe beter je ontdekt wat bij je past. Onderzoekend handelen is deel van de cultuur waarbinnen we leren en lesgeven in Nest. Lees hier meer over die cultuur en over de Vliegwijzer die je daarmee op weg helpt!
Jouw lespraktijk onderzoeken
We vinden het belangrijk dat je als docent onderzoekend handelt, als onderdeel van een brede professionele basis. Die onderzoekende houding toon je tijdens WPL3 onder andere door het uitvoeren van een praktijkonderzoek op je stageschool. Het doel is jouw eigen lespraktijk beter begrijpen en/of verbeteren. Bijvoorbeeld door je eigen handelen aan te passen op basis van een nieuw inzicht: individuele professionele ontwikkeling door kennisgericht praktijkonderzoek. Of door verbetering van de schoolpraktijk: schoolontwikkeling door een ontwerponderzoek.
Start
Het onderzoekstraject start meteen aan het begin van je stage. Je bespreekt de mogelijke onderwerpen en werkwijzen met je werkplekbegeleider, de vaksectie, je onderzoeksbegeleider op je stageschool en je docent op de HAN.
Resultaat
Het praktijkonderzoek levert nieuwe inzichten op voor jou en je stageschool, in de vorm van een of meerdere beroepsproducten. Dat zijn diensten of producten die je als docent levert in je dagelijkse werk. Denk aan een lessenreeks, project, toets, adviesrapport, coachtool, rubric, stappenplan, visiedocument, observatie-instrument, gespreksleidraad of leerlijn. Beroepsproducten kunnen zowel (vak)didactisch als pedagogisch van aard zijn.
Vervolg
Aan het einde van het onderzoeksproces deel je de uitkomsten binnen je vaksectie. Daarnaast geef je tijdens het Kenniscafé een eindpresentatie voor medestudenten, geïnteresseerde collega’s en je beoordelaars: in de meeste gevallen je onderzoeksbegeleider en je werkplekbegeleider. De eindproducten zijn een beroepsproduct en een verantwoordingsverslag. De exacte werkwijze en de beoordelingscriteria vind je in de Studiewijzer onderzoek eindfase, via Praktijkbureau Educatie.
Didactisch coachen
Jouw kernkwaliteiten bepalen
Een coachende houding is deel van de cultuur waarbinnen we leren en lesgeven in Nest. Lees hier meer over die cultuur en over de Vliegwijzer die je daarmee op weg helpt! Tijdens WPL3 maak je kennis met didactisch coachen, als onderdeel van je professionele identiteit. Je oefent met het geven van positieve feedback en het stellen van vragen op verschillende niveaus. Dat doe je op basis van een zelfgekozen leerdoel en jouw eigen kernkwaliteiten. Begin oktober kijk je terug naar je zelfportret en zet je je eigen kernkwaliteiten op een rij, als nulmeting.
Leren, oefenen, uitwisselen en evalueren
In oktober volg je de workshop Kennismaking met didactisch coachen van leerlingen. Je krijgt inzicht in je eigen handelen als docent en ontdekt welke kernkwaliteiten jou helpen bij didactisch coachen. Vervolgens oefen je daarmee tijdens een onderwijsactiviteit op je stageschool, en daag je jezelf uit om die kwaliteiten nog bewuster en krachtiger in te zetten. Daarna voer je een gesprek met leerlingen over hoe zij jouw coaching hebben ervaren.
Daarnaast kies je een fragment uit een opgenomen les dat laat zien hoe je jouw kernkwaliteiten inzet tijdens het didactisch coachen. Je bespreekt dit fragment met medestudenten tijdens een bijeenkomst op je eigen school en met je werkplekbegeleider. In februari neem je vervolgens deel aan een kalibratiebijeenkomst met medestudenten van verschillende scholen. Samen kijk je terug op jouw ontwikkeling als didactisch coach en onderzoek je welke volgende stappen je kunt zetten.
Vervolg
In juni presenteer je jouw ervaringen met didactisch coachen tijdens het Kenniscafé. Je brengt jouw persoonlijke professionele ontwikkeling in beeld, bijvoorbeeld via een poster, animatie of vlog. Daarbij laat je in ieder geval zien:
- vanuit welke kernkwaliteit je geprobeerd hebt didactisch te coachen.
- hoe je dit hebt gedaan, met welke onderwijsactiviteit.
- wat het je heeft opgeleverd, in vergelijking met jouw nulmeting.
- wat dat zegt over jouw professionele identiteit.
De evaluatie van jouw ontwikkeling plaats je in eJournal, inclusief een zelfgekozen bewijs dat je je doel hebt behaald.
Tussenevaluatie
Terugblikken en vooruitkijken
In december of januari vindt de tussenevaluatie plaats: een gesprek van ongeveer 45 minuten om te kijken waar je staat. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider en de schoolopleider of de instituutsopleider uit. Het doel? Terugblikken op de afgelopen periode, vooruitkijken en je leerdoelen opnieuw afstemmen. De tussenevaluatie begint met een presentatie van jouw persoonlijke leergeschiedenis. Daarna stellen je begeleiders verhelderende en verdiepende vragen en bespreken jullie per bekwaamheidsgebied wat je nodig hebt voor de tweede helft van je stage. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Je bereidt je voor op de tussenevaluatie door het ontwerpen van een leergeschiedenis, waarin je drie tot vijf cruciale leermomenten uitlicht. Het structureren, prioriteren en analyseren van die leermomenten geeft houvast om naar de toekomst te kijken en na te denken over jouw professionele identiteit. Daar is geen vast format voor: jouw ontwikkeling is uniek en alleen van jou. Je bepaalt dan ook zelf de vorm van jouw leergeschiedenis. Gebruik in ieder geval de onderstaande onderdelen:
- je zelfportret
- je leerdoelen uit het startgesprek
- je bijdragen in eJournal
- de bekwaamheidsgebieden op het beoordelingsformulier
- je ervaring met didactisch coachen en de inzet van je kernkwaliteiten
Naast het ontwerpen van een leergeschiedenis vul je jouw deel van het formulier tussenevaluatie in. Zo maak je duidelijk waar je in jouw ogen staat qua ontwikkeling binnen elk van de vier bekwaamheidsgebieden. Het ingevulde formulier deel je met je begeleiders. Jouw werkplekbegeleider vult vervolgens een eigen deel in en deelt het formulier vóór de tussenevaluatie met jou en de schoolopleider of de instituutsopleider. Log voor dit formulier in op HAN Insite. De link naar Insite vind je op deze pagina. Je begeleider kan voor praktische uitleg bij deze stap hier terecht.
Vervolg
Je krijgt geen cijfer voor de tussenevaluatie, maar ontvangt gerichte feedup, feedback en feedforward van je begeleiders. Het ontwerp van je leergeschiedenis en de opbrengsten van het gesprek verwerk je in eJournal.
Eindbeoordeling
Tijd om je vleugels uit te slaan
Je sluit je stage af met een eindbeoordeling: een gesprek van ongeveer 45 minuten. Hiervoor nodig je zelf jouw werkplekbegeleider en de schoolopleider of de instituutsopleider uit. Het doel? Laten zien hoe je de leeruitkomsten hebt behaald, met de nadruk op jouw ontwikkeling als docent en je professionele identiteit. Aan de hand van je leergeschiedenis vertel je welke drie tot vijf leermomenten voor jou cruciaal waren. Je begeleiders stellen vragen, denken mee en zoeken naar kansen voor jou of de school. Het is belangrijk dat jij de leiding neemt in het gesprek.
Voorbereiding
Als voorbereiding op de eindbeoordeling vul je je leergeschiedenis aan met drie tot vijf cruciale leermomenten. Dat kunnen zowel hindernissen als successen zijn. Je bepaalt zelf de vorm van jouw leergeschiedenis. Gebruik ieder geval de onderstaande onderdelen:
- de betekenis van de leermomenten voor je ontwikkeling als docent
- je leerdoelen uit de tussenevaluatie
- je bijdragen in eJournal
- de bekwaamheidsgebieden op het beoordelingsformulier
- je ervaring met didactisch coachen en de inzet van je kernkwaliteiten
Beoordeling
Vóór het gesprek beschrijft je werkplekbegeleider jouw ontwikkeling per bekwaamheidsgebied op het beoordelingsformulier en stellen je begeleiders een voorlopig eindcijfer vast. Na het gesprek krijg je van je begeleiders het definitieve eindcijfer, op basis van je vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische bekwaamheden en je professionele basis. Die professionele basis wordt mede bepaald door de indruk die je maakt tijdens de presentatie van je leergeschiedenis. Log voor dit formulier in op HAN Insite. De link naar Insite vind je op deze pagina. Je begeleider kan voor praktische uitleg bij deze stap hier terecht.
Vervolg
Is je eindcijfer een zes of hoger? Dan heb je je stage gehaald. Is het eindcijfer onvoldoende? Dan heb je wat langer de tijd nodig om jezelf te ontwikkelen. Beschrijf in dat geval in je leergeschiedenis de resultaten uit het eindgesprek, je nieuwe leerdoelen en de manier waarop je denkt die te bereiken. Je verlengt je leergeschiedenis met een toekomst en verwerkt deze in eJournal.
Evaluatie werkplekleren
Jouw stem in het nest
Wij vinden het belangrijk om ons werkplekcurriculum systematisch te verbeteren. En jouw mening telt! Aan het einde van je stage ontvang je vanuit de HBO-spiegel een geanonimiseerde vragenlijst. Ook nodigt je schoolopleider je uit voor een centraal evaluatiemoment. Tijdens deze bijeenkomst krijg je de ruimte om de vragenlijst in te vullen en een gesprek aan te gaan. Natuurlijk hoef je niet te wachten tot deze bijeenkomst. Als je jouw feedback eerder wil delen, neem je contact op met jouw werkplekbegeleider, schoolopleider of instituutsopleider.
Eerder gestopt?
Ook als je vroegtijdig stopt met je stage, volgt een afsluitend gesprek met je werkplekbegeleider, schoolopleider en/of instituutsopleider. In dit gesprek kun je feedback geven op het werkplekleren.